DOSSIER  
New Security Magazine 157 – februari 2021

Nieuwe Europese dronewetgeving compleet anders dan vorige Belgische wet

De vroegere nationale wetgeving rond gebruik van civiele drones is sinds kort niet meer van kracht. In de plaats kwam een op Europees kader waarin toch enkele ingrijpende veranderingen zijn opgenomen.

Er waren wel wat goede redenen om de wetgeving aan te passen. Er is vooreerst het explosief toegenomen droneverkeer in de afgelopen jaren. Niet alleen het recreatief gebruik zit sterk in de lift, ook in professionele toepassingen zagen we een aanzienlijke stijging in zowel aantal toepassingen als aantal gebruikers. Een tweede reden voor de aanpassing is de stroomlijning van de wet op Europees niveau. Dat zal gevolgen hebben voor de nationale markttoegang in beide richtingen voor professionele gebruikers. Een derde reden is de administratieve rompslomp die voor vluchten met weinig risico weleens ‘over the top’ was. In de Europese wetgeving werd uitgegaan van een eerder open benadering, daar waar het KB vooral verbiedend werkte. We vermelden ook dat deze wetgeving beperkt is tot de civiele gebruiker. Defensie en hulpdiensten zijn gebonden aan andere wetten.

Indeling in drie categorieën

In het oude KB was er een belangrijk onderscheid tussen recreatieve en professionele gebruikers. Dat onderscheid vervalt in de Europese wetgeving. Er kwam in de plaats een opdeling op basis van het risico dat een vlucht met zich meebrengt. Er werden 3 categorieën afgebakend: open, specific en certified.

De categorie open wordt verder ingedeeld in subklasses (C0 tot C4) afhankelijk van het gewicht. De klasse C0 betreft speelgoeddrones van minder dan 250 gram, terwijl C4 aan de andere kant van het spectrum afklokt op 25 kg. De klasse zal mee bepalen welke vereisten er aan de drone en de operator gesteld worden. Zo is er voor elke klasse uitgezonderd C0 -tenzij deze een camera aan boord heeft-een registratie vereist van de operator. Dat is op zich al een verandering, want in de oude wetgeving was een registratie in hoofde van de drone de basis.

Volgens hetzelfde patroon is ook een remote ID/geo-awareness verplicht, met uitzondering voor klasse C0. Dat laatste houdt in dat de drone moet beschikken over een systeem dat u waarschuwt als een bepaalde zone betreden wordt. Remote ID betekent dan weer dat u uzelf als operator moet kunnen identificeren bij de drone als de piloot.

Belangrijk ook is dat er -los van elke categorie- altijd rekening moet gehouden worden met de geozone waarin de drone zal vliegen. Elke zone heeft eigen beperkingen en specifieke richtlijnen die gevolgd moeten worden. Het systeem met geo-awareness kan hier een belangrijk hulpmiddel betekenen.

De categorie Specific-zie verder- bestaat uit de subklasses C5 en C6. Als uw drone niet aan één van de 6 klassen beantwoordt, is het geen Cx drone.

Parameters voor risico-inschatting

In de open klasse <25kg is ‘Buy & Fly’ nu het motto, maar dat betekent niet dat alle remmen nu losgegooid mogen worden, want het gebruik hangt af van de risico’s ter plaatse. Het aantal parameters waar dronepiloten mee rekening moeten houden om het veiligheidsrisico voor hun vlucht te bepalen zijn evenwel relatief beperkt:

•Het vliegen over en in de nabijheid van mensen is een belangrijk breekpunt. Er worden 3 subcategorieën onderscheiden: A1 (boven mensen) ; A2 (in de nabijheid van mensen) en A3 (veraf van mensen). Het vervoer van gevaarlijke stoffen en droppen van materialen is verboden voor de drones van de open klasse.

Ook het aantal mensen in de buurt is van belang om van een open klasse te kunnen spreken, maar er is hier een zeker verschil in interpretatie aanwezig. Wie over ‘een menigte’ wil vliegen, komt onafhankelijk van zijn type drone quasi altijd in de certified categorie terecht en moet een risico-analyse maken om zijn goedkeuring aan te vragen. De vraag rijst evenwel wat er exact verstaan wordt onder een menigte, want daar wordt geen aantal op gekleefd. Algemeen wordt een menigte omschreven als ‘een groep mensen die niet kan uitwijken of wegvluchten’. Ga evenwel uit van het voorzorgsprincipe en ga bij de minste twijfel uit van ‘een menigte’.

•Als de drone buiten het gezichtsveld van de piloot dient te vliegen, zal dit normaliter geen vlucht uit de open categorie zijn en wordt overgeschakeld naar de certified of specific categorie;

•De hoogte is tot slot beperkt tot 120 meter.

Verder kunnen ook drones die niet Cx gecertificeerd zijn onder bepaalde voorwaarden toegelaten worden tot de open klasse. Dat is bijvoorbeeld het geval voor sommige oudere toestellen en privaat gebouwde drones.

Certified categorie

De categorie aan het andere eind van het spectrum is de certified category. Hierin komen de applicaties waarbij grote risico’s aanwezig zijn, zoals vluchten boven stadscentra zonder visueel contact met de drone of luchttaxi. Hiervoor zijn de UAS regels (Unmanned Aircraft Systems) in voege.

Specific categorie

Midden deze 2 categorieën bevindt zich de specific categorie. Er zijn meerdere mogelijkheden om tot deze categorie te behoren. Zo kan uw vlucht beantwoorden aan een zogenaamd standaard scenario. De wetgeving stelde 2 van deze standaardscenario’s op, waarbij de risico-analyse als het ware al voor u gedaan is. Het gaat telkens om een vaak voorkomend VLOS en BVLOS scenario (zie afbeelding). Als uw vlucht hieraan voldoet, volstaat een exploitatieverklaring van de operator waarin u verklaart dat u geschikt bent om de vlucht uit te voeren.

Als uw vlucht niet aan een standaardscenario voldoet, kan u evenwel ook onder deze categorie vallen maar dan is er een exploitatievergunning nodig. Merk op dat BVLOS vluchten (zonder visueel contact) niet per definitie in de Certified Categorie vallen.

www.easa.europa.eu