DOSSIER
New Security Magazine 157 – februari 2021
Best practices voor crowdmanagement in voetbalstadia
29 mei 1985. Op het eerste zicht een gewone datum, maar voor elke voetballiefhebber heeft deze datum een negatieve connotatie. De finale van de EC1 beker -de voorloper van de Champions League- tussen Juventus Turijn en Liverpool FC vond die avond plaats in het Heizelstadion te Brussel. Wat een voetbalfeest moest worden ontaardde nog voor het eerste fluitsignaal in de grootste voetbalramp ooit in ons land. Is de veiligheid in onze verouderde stadions ondertussen verbeterd?
Er is helaas vaak een ramp nodig om beleidsmakers er toe aan te zetten broodnodige maatregelen te treffen. Dat is in de voetbalsector niet anders en helaas zijn er meerdere voorbeelden die deze stelling staven.
*In Bradford (Engeland) zorgde -ook al in 1985- een achteloos weggegooide sigaret in combinatie met een houten tribune voor een inferno met 56 doden tot gevolg. Na afloop kwam er een verbod op houten tribunes en werden nieuwe normeringen opgesteld voor een betere uitvoering van nooduitgangen.
*Nog in Engeland zorgde vier jaar later de ramp in het Hillsborough stadion te Sheffield voor verdriet. Er waren te veel supporters van Liverpool toegelaten in het vak voor de bezoekende supporters, waarop gedrum en paniek uitbrak dat aan 96 mensen het leven kostte. Ook hier volgde een reactie: alle staanplaatsen werden in Engeland verplicht vervangen door zitplaatsen en de hekken rond de vakken verdwenen.
*In ons land legde het Heizeldrama zware blunders en tekortkomingen bloot zoals te weinig politiemensen aanwezig op het terrein, gebrekkige communicatie en onoordeelkundige verdeling van de bevoegdheden. Dit zou uiteindelijk leiden tot het opstellen van de Voetbalwet en de verplichting om een rampenplan op te maken voor grote evenementen. Onrechtstreeks zou het drama ook een duwtje geven aan de latere eenmaking van politie en rijkswacht.
Gelukkig komen maatregelen niet altijd te laat. Dat er tijdens de interland Frankrijk-Duitsland in het Stadium de France geen tientallen doden vielen tijdens de beruchte aanslagen in Parijs, was te danken aan het feit dat tot tweemaal toe zelfmoordterroristen niet door een eerste tourniquet met ticketcontroles raakten. Goed uitgekiende maatregelen kunnen dus levens redden, maar dat vereist wel de nodige inzet van technologie en kennis. De vraag rijst hoe we vandaag het best de ‘good practices’ van nieuwe technologie kunnen omzetten in haalbare concepten in onze voetbalstadia.
Risico’s en risico-analyse
De bovenstaande opsomming geeft al een goed inzicht over de risicofactoren die kunnen leiden tot gevaar: te grote menigtes, terrorisme, slechte infrastructuur van stadions, gebrekkige communicatie en brandonveilige situaties. Daarnaast zijn er nog bijkomende subfactoren die leiden tot onveiligheid, zoals de mogelijke vijandigheid tussen supportersgroepen en overmatig alcoholgebruik. Uiteraard zal elke situatie weer anders zijn, waardoor een risico-analyse op zijn plaats is. Daarin komen alle facetten aan bod en komen verbeterpunten aan bod. We geven alvast enkele pijnpunten en mogelijke oplossingen mee.
Infrastructuur
De verouderde infrastructuur is een heikel punt voor onze voetbalteams. In de afgelopen decennia slaagde enkel AA Gent er in om een compleet nieuwe voetbaltempel neer te poten. Andere projecten verzandden in ellenlange procedureslagen (Club Brugge, Anderlecht, Heizelstadion) of beperken zich tot het gedeeltelijk vernieuwen van de bestaande infrastructuur (Antwerp, Sint Truiden en Zulte bijvoorbeeld). We moeten het in de meeste gevallen dus stellen met een verouderde infrastructuur en dat uit zich zowel in als buiten de stadions in meerdere tekortkomingen. In de stadions gaat het bijvoorbeeld om slechte inplanting van eet- en drankstands en sanitaire faciliteiten, waardoor er tegengestelde personenstromen ontstaan. Buiten het stadium denken we eerder aan een beperkte mobiliteit door de historische inplantingen in drukbewoonde gebieden, waardoor de bereikbaarheid voor hulpdiensten bemoeilijkt wordt. Ook gebouwtechnische zwaktes (betonrot, losse elektriciteitsleidingen, slecht bereikbare toegangen, te weinig en ongelukkig ingeplante ingangen,… ) zijn potentiële gevaren. Daar komt nog bovenop dat de eigendomsstructuren van de voetbalstadia heel divers zijn in ons land, wat de investeringen weleens tegen- of ophoudt.
Cameratoezicht
De mogelijkheden voor cameratoezicht in voetbalstadions zijn de afgelopen sterk uitgebreid, zowel wat betreft technologie als bijhorende wetgeving. Cameragebruik is vandaag één van de speerpunten in crowd management. Het laat toe om de stroom van toeschouwers aan in- en uitgangen te controleren, vormt een preventieve waarschuwing tegen vandalisme, racisme en geweld, en geeft de autoriteiten de wapens in handen om proactief én achteraf relschoppers te identificeren.
Sleutelbeheer
Correct sleutelbeheer wordt weleens over het hoofd gezien, maar is een zeer belangrijke pijler in de veiligheidsbenadering. Ook hier geldt dat oubollige infrastructuur vaak de implementatie van nieuwe technologie -zoals digitaal sleutelbeheer en toegangcontrole op afstand- in de weg staat. De situatie waarbij koortsachtig naar de juiste persoon moet worden gezocht die -hopelijk- in het bezit is van sleutel X om een supportersvak te openen, is niet meer van deze tijd.
Crowd management
‘Ken uw publiek’ is één van de pijlers in crowd management in voetbalstadia. Het vak waar de genodigden plaatsnemen vergt een andere benadering dan het vak waar de meest fanatieke supporters plaatsnemen. Hetzelfde onderscheid geldt voor het vak waar de uitsupporters plaatsnemen, want zij zijn bijvoorbeeld minder vertrouwd met het stadion en de omgeving. Ook de gebeurtenissen tijdens de wedstrijd hebben een invloed op supportersgedrag. Een nederlaag en/of scheidsrechterlijke beslissing versterken negatieve emoties. Het mag duidelijk zijn dat crowdmanagement geen vaste routine is die afgehaspeld moet worden, het is elke wedstrijd weer anders.
Crowd management zal gebruik maken van ervaringen uit het verleden, camerabeelden, tellingen, compartimentering, en communicatie zoals bewegwijzering, signalisatie en informatiedoorstoming. Dat laatste vergt wellicht wat meer toelichting. Uit de analyse van de genoemde rampen kwam vaak naar voor dat personen die deel uitmaakten van de ramp, vaak geen benul hadden dat er zich een drama had voltrokken. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de stadionbrand in Bradford, waar op videobeelden een uitgelaten menigte te zien is, terwijl nauwelijks 50 meter verderop personen letterlijk in brand stonden. Er is dus een belangrijke taak weggelegd voor de doorstroming van informatie naar de massa bij calamiteiten, maar ook de onderlinge communicatie tussen hulpdiensten, organisatoren en andere actoren is primordiaal.
Samengevat
Crowd management moet dus met een veelvoud aan factoren rekening houden. De kern is dat de meeste incidenten voorkomen kunnen worden door goede voorbereiding en planning. Daarvoor is het nodig systematisch de risico’s op te sporen en voorzorgsmaatregelen te nemen. Die risico-analyse moet rekening houden met factoren als:
– plaats (de ligging en eigenschappen van een locatie, de mobiliteit, het technisch ontwerp van het gebouw, vluchtwegen, toegankelijkheid voor hulpdiensten);
– tijdstip (gedurende de dag of ’s avonds, eventuele andere evenementen in de buurt, zijn gepreide openings- en sluitingstijden een optie);
– externe factoren zoals de weersomstandigheden;
– factoren inherent aan het evenement (inschatten van de publieke belangstelling, welk type publiek wordt er verwacht, hoe verhouden de teams zich tot elkaar, eventuele precedenten tussen de beide supportersgroepen;
– communicatie (duidelijke informatie naar het publiek, heldere instructie voor het personeel, noodstroom voor omroepsysteem en noodverlichting).


