TECHNIEK
New Security Magazine 154 – april 2020
Nieuw AREI vanaf 1 juni in voege: ook impact op onze activiteiten?
Het AREI – het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties – is bijna 40 jaar oud. Vanaf 1 juni komt er een compleet vernieuwde reglementering in voege. Ook voor onze branche kan dat enkele wijzigingen veroorzaken.
Broodnodige update
De leeftijd van het originele AREI is de basis voor de wijziging. De situatie van toen is in geen honderd jaar meer te vergelijken met die van nu. Nieuwe benaderingen van (brand-)veiligheid, maar ook technische evoluties en innovaties zoals het Internet of Things, domotica, opwekking van eigen energie en bewakingssystemen noopten tot verandering. In de loop der jaren werd het bestaande AREI weliswaar aangepast waar nodig, meestal aan de hand van verklarende nota’s, het schrappen en toevoegen van bepalingen tot zelfs het compleet herschrijven van artikels. Dat leidde op de duur evenwel tot een ontoegankelijke structuur waar nieuwe technieken moeilijk in te passen waren. Daarnaast waren er ook onduidelijkheden en stonden er een aantal fouten in, wat weleens tot discussie leidde tussen installatiebedrijven en keuringsorganisaties. Tot slot waren er ook regelrechte conflicten, bijvoorbeeld tussen het artikel 104 uit het AREI rond brandveiligheid en de norm rond branddetectie NBN S-21100-1.
Nieuwe vorm
Er waren dus meerdere redenen om het AREI aan te passen en men greep de kans aan om meteen een nieuwe structuur uit te werken die meer in lijn is met de vorm die in de Europese normen gehanteerd worden. Het nieuwe AREI bestaat niet langer uit artikels, maar krijgt een onderverdeling in hoofdstukken, afdelingen en onderafdelingen. Om de overgang vlot te laten verlopen, worden concordantietabellen ter beschikking gesteld waarin de ‘oude’ artikels en hun overeenkomstige hoofdstuk in het nieuwe AREI naast elkaar geplaatst worden.
In plaats van één boek wordt het nieuwe AREI ook uitgegeven in drie boeken, waarbij voor onze sector eigenlijk alleen boek 1 van toepassing is (Installaties op laagspanning en zeer lage spanning).
Uitbreiding naar ‘zeer lage spanning’
Voor onze branche blijven de wijzigingen gelukkig beperkt, al is er meteen een belangrijke wijziging in het begin. De scope van het oude AREI strekte zich alleen uit tot installaties vanaf laagspanning, zijnde de toepassingen die op meer dan 50 V-wisselspanning werken. Alleen installaties vanaf die grens mochten het voorwerp vormen van de keuring. Dat leidde helaas weleens tot problemen. Een keurder die tijdens een keuring bijvoorbeeld op een camera in een EX-zone (explosiegevaarlijke zones) stootte en visueel een gevaarlijke situatie vaststelde (slecht vastgemaakte kabels bijvoorbeeld) kon en mocht daar geen inbreuk voor opschrijven.
In het nieuwe AREI werd daar een mouw aangepast door het toepassingsgebied uit te breiden tot ‘zeer lage spanning’.
Betekent dat nu dat we onze branddetectie-, video- en alarminstallaties zullen moeten laten keuren voor de ingebruikname? Neen, gelukkig niet want er is onder Afdeling 1.2.2 een uitzondering voorzien ‘voor installaties op zeer lage spanning die vallen onder de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid (inbraakdetectie, branddetectie en camerabewaking) en voor elk ander systeem van gegevensoverbrenging. Deze installaties en systemen moeten echter beantwoorden aan de regels van goed vakmanschap’.
Dat betekent evenwel niet dat er niks verandert, want de keurder zal voortaan wel de installatie mogen keuren en een inbreuk mogen opschrijven als hij mankementen vindt, weliswaar alleen tijdens de vijfjaarlijkse keuring. Aangezien die periodieke keuring de facto alleen bij bedrijven plaatsvindt zal dat alleen voor dat type gebouwen dus wat oppassen worden, al hoeven kwalitatieve installateurs zich dus geen zorgen te maken.
Door Sammy Soetaert
Welke praktische aanpassingen?
Om problemen te voorkomen moeten de installaties die binnen dat toepassingsgebied vallen voldoen aan de bepalingen rond uitwendige invloeden die verderop in het AREI onder hoofdstuk 2.10 beschreven worden. Die classificatie van uitwendige invloeden vormt een zo volledig mogelijke inventaris van alle uitwendige omstandigheden die een invloed kunnen hebben op de elektrische installatie. Om de classificatie van de verschillende parameters te vergemakkelijken, werd een alfanumerieke code opgesteld. De verschillende parameters van uitwendige invloeden zijn volgens hun rol ingedeeld in drie grote categorieen:
- de omgevingsomstandigheden die onafhankelijk zijn van de aard van de installaties en van de ruimten en betrekking hebben op uitwendige verschijnselen afkomstig van de atmosfeer, het klimaat, de omgevingstoestand (code A) en andere omstandigheden in de ruimte waar de elektrische installatie zich bevindt;
- de gebruiksomstandigheden van de betrokken ruimten en van de elektrische installaties zelf (B)
- de gevolgen van de bouwwijze van de gebouwen, hun structuur en de aard van de gebruikte materialen (C);
Er zijn in totaal tien uitwendige invloeden opgelijst:
•temperatuur (code AA1 tot en met AA6, van zeer koud tot zeer warm)
•aanwezigheid van water (code AD1 tot en met AD8, van te verwaarlozen tot ondergedompeld)
•aanwezigheid van vreemde vaste lichamen (code AE1 tot en met AE4)
•aanwezigheid van corrosieve en vervuilende stoffen (code AF1 tot en met AF4)
•mechanische belasting door schokken (code AG1 tot en met AG3)
•mechanische belasting door trillingen (code AH1 tot en met AH3)
•aanwezigheid van flora en/of schimmelvorming (AK1 en AK2) en fauna (AL1 en AL2)
•elektromagnetische, elektrostatische of ioniserende invloeden (AM1 tot en met AM6)
•zonnestraling (AN1 en AN2)
•bekwaamheid van personen (BA1 tot en met BA5)
•toestand van het menselijk lichaam (BB1 tot en met BB3)
•aanraking van het aardpotentiaal door personen (BC1 tot en met BC3)
•mogelijkheden van ontruiming van personen in noodgevallen (BD1 tot en met BD4)
•aard van behandelde of opgeslagen goederen (BE1 tot en met BE4)
•bouwmaterialen (CA1 tot en met CA3)
•structuur van gebouwen (CB1 tot en met CB4)
Het is de uitbater van de installatie die de uitwendige invloedsfactoren alsmede de zones waarin die van toepassing zijn moet bepalen. Belangrijk voor u is dat de keuze en het gebruik van het elektrisch materieel dient te gebeuren in functie van deze aanwezige uitwendige invloedsfactoren. Pas daarmee op, want uitbaters van installaties zijn niet altijd op de hoogte van de verplichtingen. Daarnaast wordt u – wat eigenlijk standaard zou moeten zijn – geacht om de regels van goed vakmanschap toe te passen.

