RONDETAFEL  
New Security Magazine 151 – augustus 2019

Aanpak brandpreventie en -detectie onder de loep

Preventieadviseurs van Antwerpse, Brusselse en Gentse brandweerzone aan het woord (deel 1)

Voorkomen is beter dan genezen. En dat geldt zeker voor brand. Vooral in complexe locaties of situaties met een lage toegankelijks- en bereikbaarheidsgraad en een grote brandlast. Denk onder meer aan appartementen, studentenwoningen, (metro)tunnels, havens, monumenten en ondergrondse parkeergarages in hoofd- en grootsteden. Over brandpreventie en -detectie hadden we een uitgebreid gesprek onder acht ogen met een brandpreventiedeskundige van Brandweer Zone Antwerpen, een brandpreventietechnicus van Brandweer Brussel, en een brandpreventieadviseur van Brandweer Zone Centrum in Gent.

Wat mag, kan en moet inzake brandveiligheid ligt vast via regelgeving. Op federaal en gemeenschapsniveau op basis van normen. Op gemeentelijk vlak met verordeningen. Steden of brandweerzones kunnen dus soms eigen accenten inzake brandpreventie leggen op basis van lokale keuzes en ervaringen. Dat blijkt ook soms in de uitleg van Carlos Schellinck van Brandweer Brussel, de afgevaardigde die anoniem wenst te blijven van Brandweer Zone Antwerpen (BZA) en Frank Samson van Brandweerzone Centrum (BZC).

Wat is de huidige stand van zaken inzake brandpreventie en -detectie?

Frank Samson (BZC): “In mei 2019 zijn de resultaten en conclusies van een onderzoek van de monitoring van de brandpreventie (een tweejaarlijkse enquête van Anpi (de nationale vereniging voor brand- en diefstalbestrijding) en de Algemene Directie Veiligheid en Preventie (FOD Binnenlandse Zaken), nvdr.) bekendgemaakt. Daaruit blijkt dat zeven op de tien Belgen in hun privéwoning een rookmelder hebben hangen. Helaas wordt die niet altijd onderhouden (vier op de tien volgens dezelfde enquête, nvdr.) en veelal is of zijn die op de verkeerde plaats geïnstalleerd. Conclusies die ik alleen maar kan onderschrijven als ik in onze brandweerzone op huisbezoek ga. Een beeld dat trouwens al jaren hetzelfde is. En ik denk dat het in de nabije toekomst nauwelijks zal veranderen. De meeste huurders oordelen dat hun huisbaas verantwoordelijk is voor het plaatsen van rookmelders. Meestal zorgt de huisbaas daar echter niet voor, wat uiteindelijk niet wordt gecontroleerd. Een spijtige zaak uiteraard.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “De wetgeving is verschillend in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. In Brussel geldt sinds 2004 een verplichting om rookmelders te plaatsen in verhuurde woningen. De eigenaar zelf is tot nu toe niet verplicht om een rookmelder te plaatsen. De verhuurder moet die daarentegen wel voorzien. Maar wat vervolgens met de rookmelder gebeurt, daar is geen controle op. De rookmelder hangt daar en er wordt niet meer naar omgekeken.”

Afgevaardigde BZA: “Dat is nu ook zo in Vlaanderen.”

Frank Samson (BZC): “Ze hebben dat in categorieën ingedeeld. Op basis van de ouderdom van de woning en de datum waarop het contract is ondertekend. Sinds 1 januari 2019 moet in elke huurwoning in Vlaanderen een rookmelder aanwezig zijn.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Bij nieuwbouw in Vlaanderen is in elke woonentiteit een rookmelder verplicht. Eigenaar of verhuurder, daar wordt geen onderscheid meer in gemaakt.”

Afgevaardigde BZA: “We hebben het hier over particuliere woningen.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Inderdaad. In Wallonië hebben ze daarover al ruim tien jaar een besluit (sinds eind 2004, nvdr.). Maar een onderzoek wees uit dat 90% van de rookdetectoren die er hangen niet in orde zijn. Want de toestellen verouderen waardoor ze toe zijn aan nazicht en vervanging.

Afgevaardigde BZA: “Uit enquêtes blijkt dat Wallonië ook telkens het hardst getroffen is met dodelijke slachtoffers bij woningbranden (in 2018 vielen er minstens 54 dodelijke slachtoffers waarvan 5 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 16 in Vlaanderen en 33 in Wallonië, nvdr.). De vraag is of dat deels te maken heeft met rookmelders die slecht zijn onderhouden of oude toestellen die niet zijn vervangen. In elk geval is het plaatsen van rookmelders even belangrijk als het onderhoud ervan. Het type rookmelder speelt uiteraard ook een rol. Zo zijn er al rookmelders die zichzelf controleren en rapporteren. Dat is ook de toekomst. Want men mag niet verwachten dat iedereen die een rookmelder in huis heeft die ook zelf af en toe zal controleren. Wie maakt er schoon achter zijn koelkast? Wie verzorgt er zijn wasmachine? … Het is een algemeen principe van basisonderhoud. En wat we met rookmelders zien is een reflectie van de rest.”

Frank Samson (BZC): “Wat verstaat men onder onderhoud van rookmelders? Regelmatig stofzuigen en testen. Maar wat is testen? Je kan slechts op de knop drukken, maar dan test je uitsluitend het alarmsignaal, niet de rookmelder want die kan je zelf niet testen.”

Afgevaardigde BZA: “Er is inderdaad een middel om de rookmelder te testen, maar daarvoor moet je een beroep doen op specialisten.”

Frank Samson (BZC): “Er zijn spuitbussen, maar die zijn niet goed voor de rookmelder, want ze vervuilen het apparaat. Bovendien, een rookmelder die één keer is afgegaan door rook moet in principe worden vervangen.”

Afgevaardigde BZA: “Er zijn uiteraard verschillen naargelang de detectietypes.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Ook de evolutie in kwaliteit. Autonome rookmelders van tien jaar geleden en die van nu zijn soms zeer verschillend. Normaal gezien is het aangeraden om autonome rookmelders sowieso na tien jaar te vervangen.”

Frank Samson (BZC): “Omdat ze vervuild zijn. Ze zitten vol stof.”

Is kiezen voor een warmtemelder een oplossing?

Afgevaardigde BZA: “Sommige branddetectiesystemen bundelen bijvoorbeeld drie technieken: temperatuurgradiënt, optische detector en CO-melder. Volgens mij een tendens waarnaar we evolueren. Hoe meer mensen die kopen, hoe goedkoper de technologie wordt. Dat geldt ook voor videogebaseerde systemen. Al zullen vervangingen en onderhoud altijd nodig blijven.”

Frank Samson (BZC): “Helaas kan niet iedereen zich die nieuwe technologieën permitteren. De meeste mensen waar ik kom hebben dat daar niet voor over.”

De brandpreventie voor studentenwoningen ligt vast in een nationale regelgeving, die wel ruimte laat voor eigen nuances. Welke zijn die in jullie brandweerzone?

Frank Samson (BZC): “Wie een studentenwoning verhuurt, moet zich aanmelden bij stad Gent, verschijnt vervolgens op een site voor studenten en wordt uitvoerig gecontroleerd. Regelmatig geven wij ook voordrachten voor verhuurders.”

Afgevaardigde BZA: “Bij ons in Antwerpen en in het Leuvense is hetzelfde principe van toepassing.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Momenteel bereid ik een interne richtlijn voor studentenkamers, appartementen en studio’s voor in het kader van renovatie en hergebruik van nieuwe gebouwen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat naar schatting 100.000 studenten telt waarvan een groot en groeiend deel internationale studenten, is de veiligheid van studentenkamers een van de prioriteiten voor onze dienst Veiligheid en Preventie. Alle studentkamers worden al geregistreerd, maar daarnaast zullen die ook een brandveiligheidslabel krijgen. In het najaar zou de interne richtlijn af moeten zijn.”

Vanaf 1 januari 2020 zullen rookmelders, minimaal één per verdieping, in alle woningen in Vlaanderen verplicht zijn. Een nieuwe stap vooruit?

Frank Samson (BZC): “Absoluut.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Opvolging en naleving, en dat geldt voor alles wat je in wetgeving zet, blijven een heikel punt. Ben je vandaag of morgen het slachtoffer van een brand en men zegt ‘u was niet orde want u had geen rookmelder’, dan zal er weer gekeken worden naar verantwoordelijkheden.”

Afgevaardigde BZA: “Inderdaad. Op een gegeven moment zal de verzekering die kaart uitspelen. En dan denk en hoop ik dat iedereen meer zal stilstaan bij de regelgeving en effectief zal overgaan tot de plaatsing van die verplichte rookmelders. Het blijft een kwestie van bewustwording. Voordat die er is, gaan daar helaas vaak decennia overheen.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “De installaties moeten gecontroleerd worden en in orde zijn met de wettelijke vereisten, de fabrikantsvoorwaarden moeten nageleefd worden, ... Dat staat in alle verzekeringscontracten. Maar wie doet dat?”

Frank Samson (BZC): “Er zijn zoveel regelgevingen. De mensen kennen die ook niet. Moet je wagen worden gekeurd, dan krijg je een kaartje in de bus. Maar moet bijvoorbeeld je stroom worden gecontroleerd, dan krijg je niks. Daarom is sensibiliseren enorm belangrijk. En daar besteden we ruime aandacht aan in onze zone. Onder meer met voordrachten. Zes jaar geleden ben ik begonnen met huisbezoeken op zaterdagvoormiddag. Waar recent een brand is geweest posten we bij bewoners van dezelfde straat, vaak een twintigtal huizen, een brief met de vraag of we mogen langskomen op zaterdagvoormiddag om uitleg te geven over brandveiligheid. We praten niet over die specifieke brand, maar geven algemeen advies en tips. Onder meer vragen we hen of ze rookmelders hebben, of die op de juiste plaatst hangen en of ze getest worden. Als dank voor hun gastvrijheid en luisterbereidheid hangen wij gratis een rookmelder. Zo heb ik intussen al 2000 gratis rookmelders geplaatst. Onze zone heeft met dat uniek project in België de Oost-Vlaamse veiligheidsprijs gewonnen.”

Een conclusie uit de recente online-bevraging van Anpi en de FOD Binnenlandse Zaken luidt: ‘de gemiddelde Belg ligt niet wakker van brandveiligheid in zijn woning’. Maar hier blijkt dat de mensen wel degelijk openstaan voor brandpreventie.

Frank Samson (BZC): “De middenklasse staat ervoor open. Maar arme mensen zijn bang van controles uit angst voor grote kosten of – erger nog – om uit hun woonst gezet te worden. Hen overtuigen is niet altijd evident.”

En de bedrijven?

Afgevaardigde BZA: “Bij ons, in geval van renovatie in bedrijven, nemen wij in één keer het nieuwe verhaal mee. Wij adviseren hen standaard om basiszaken op te nemen inzake compartimentering, detectie, alarmering, … die van toepassing zijn binnen het mogelijke wettelijk kader.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Enerzijds zijn er de stedenbouwkundige vergunningen, en anderzijds de milieuvergunningen. Vlaanderen heeft omgevingsvergunningen, Brussel stedenbouwkundige en milieuvergunningen, die zijn nog apart. Men kan daarop inspelen. Bij aanvraag van milieuvergunningen zal de brandweer daarover telkens haar advies moeten geven. Daarvoor gebeurt er vooraf een plaatsbezoek. Dan zie je wat al aanwezig is en kan je een advies formuleren over wat je graag zou hebben dat er zal zijn. Wordt je advies opgenomen in zo’n vergunning, dan krijgt die kracht van wet en moet men die uitvoeren. Dan kan je als brandweer zeggen: compartimentering, passieve brandveiligheid is een punt. Maar je kan uiteraard ook actieve brandpreventie aanstippen zoals detectie- en sprinklerinstallaties. Ondernemingen en instellingen moeten ook rekening houden met hun verzekeraars die eveneens ter plaatse komen kijken. Zij kunnen spelen met hun premie en bijvoorbeeld korting geven als een bedrijf rekening houdt met het advies van de brandweer. Sommige verzekeringsmaatschappijen verplichten bepaalde inrichtingen sowieso.”

Afgevaardigde BZA: “Daar hebben we als brandweer geen invloed op. Dat is een contractovereenkomst tussen de organisatie en de verzekeraar.”

Op 15 april woedde een felle brand in de Parijse Notre-Dame. Hoe brandveilig is ons cultureel erfgoed en bijvoorbeeld de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen, de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel en de Sint-Baafskathedraal in Gent?

Frank Samson (BZC): “Deze voormiddag kreeg ik nog een telefoontje van een priester met de vraag of hij aan het juiste adres was om controles te laten uitvoeren in kerken in onze zone ... In de Sint-Baafskathedraal, waarin ook flink wat cultureel erfgoed huist, is er in elk geval van de brandveiligheid al geruime tijd serieus werk gemaakt.”

Afgevaardigde BZA: “De vraag is altijd: zal je het kunnen blussen? Je kan een droge stijgleiding, detectie enzovoort plaatsen, maar vaak, ik kijk hierbij naar het Antwerpse aspect, is een kathedraal zo ingesloten dat bereikbaarheid een ernstige uitdaging is. Zeker als een brand, zoals bij de Notre-Dame waar die is ontstaan in het dak, zich enorm snel verspreid. Dan kan je daar als brandweer weinig impact op maken.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Ze hebben inderdaad achter de ontwikkeling van de brand aangelopen. Ook bij ons, zoals in de Sint-Michiel en Sint-Goedelekathedraal, zijn overal stijgleidingen aangebracht. Maar op het moment dat het dan ooit zou mislopen, dan moet je als brandweer ook nog altijd de kathedraal kunnen binnengaan. In onze kathedraal zijn droge sprinklerkoppen aanwezig. Vanaf een bepaalde temperatuur gaan die springen. Wat betekent dat de brandweer water zal geven maar dat er zoveel sprinklerkoppen open zijn waardoor het rendement per sprinklerkop erg daalt. En zo kan je beginnen te discussiëren of een natte sprinkler dan misschien beter is. Maar kies je daarvoor, dan heb je bij een brand meteen meer waterschade.”

Afgevaardigde BZA: “En daarom is dat niet aan te raden op locaties met cultureel erfgoed, zoals kathedralen.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “De vraag blijft: binnen hoeveel tijd zal brandweer Antwerpen, Brussel of Gent de stijgleidingen onder voldoende druk met voldoende water hebben om het rendement in de blusinstallatie boven te krijgen? Dat geldt niet alleen voor kathedralen, maar voor alle erfgoed. Ook musea en stadskernen met historische gebouwen. Want eigenaars van dergelijke gebouwen staan niet te springen voor passieve brandveiligheid in de vorm van afscheiding. Daarover ontspint zich meestal een discussie waarbij brandveiligheid en erfgoed met elkaar afgewogen worden.”

Afgevaardigde BZA: “Sprinklerinstallaties krijgen een andere dynamiek. Bij ons is dat nog niet zo vertrouwd, maar elders in de wereld zet men sprinklers al veel couranter in.”

Frank Samson (BZC): “Zelfs in privéwoningen. Dat komt overgewaaid vanuit de Verenigde Staten en Scandinavië. En inzake prijs valt dat nog best mee. Voor nieuwbouw bijvoorbeeld kost het ongeveer 3.000 euro om het volledige huis te voorzien van sprinklers.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Sinds begin dit jaar hebben we zelfs een Europese NBN-norm op residentiële sprinklerinstallaties. Maar hoe brengen we die in? Bijvoorbeeld voor woonentiteiten. Soms zal en kan het een oplossing bieden om een bepaalde brandveiligheid te garanderen zonder veel problemen te veroorzaken op het vlak van passieve brandveiligheid.”

Soms opteert men voor een combinatie van een sprinklerinstallatie met een aparte branddetectie-installatie.

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Die aparte branddetectie-installatie maakt dan inderdaad een rookmelding. Zo kan de temperatuur nog niet voldoende hoog zijn om de sprinkler te activeren, maar kan er wel voldoende rook zijn waardoor de detectie-installatie een alarm geeft. Zeg maar een pre-alarm op het vlak van detectie waardoor men reeds een interventie kan opstarten om te zien wat er aan de hand is en hoe ernstig het is. Die combinaties worden steeds vaker gemaakt.”

Afgevaardigde BZA: “Enigszins logisch. Een klein elektriciteitsdefect kan wat rook veroorzaken, maar daarom hoef je niet meteen 10 m² of meer sprinklers te hebben die afgaan. Vaak blijft een klein elektrisch defect heel lokaal. En het zou veel meer schade berokkenen bij activatie van een volledige sprinklerinstallatie.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “In de VS zijn er ook al bepaalde combinaties waarbij de rookmelding sturingen maakt naar de sprinklerinstallatie die vervolgens een delugesysteem opstart waarbij oppervlaktes sowieso volledig met water worden bedeeld. Dat zijn technieken die evolueren en gecombineerd kunnen worden, maar die slechts mogelijk zijn in functie van bepaalde risico’s. Dat is niet van toepassing op bijvoorbeeld woningen. Maar voor erfgoed is dat zeker een optie. Dan hoeft men niet zoveel liter water per minuut te laten neervallen. Waar cultureel erfgoed staat of hangt, kunnen we dat niet maken.”

Brandveiligheid in ondergrondse parkeergarages. In hoeverre is er in het wettelijk kader al rekening gehouden met elektrische voertuigen en binnenkort misschien ook wagens op waterstof en Bio-DME (DiMethyl Ether)?

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “De wetgeving daarover beperkt zich momenteel tot traditionele voertuigen. Bijvoorbeeld in parkeergarages en -gebouwen van 2500 m² of groter moet men maatregelen nemen voor de rook. Dus die ruimtes zijn uitgerust met een rook- en warmteafvoerinstallatie volgens de geldende norm. Maar de risicoanalyse voor voertuigen op alternatieve energiebronnen is wel degelijk anders. Een elektrisch voertuig kan via thermal runaway, zonder brand, al zeer giftige stoffen zoals waterstoffluoride en CO afleveren. Dat kan je niet detecteren met een traditionele branddetectie-installatie. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben alle parkeergarages een vergunning nodig of ze worden niet geopend voor publiek. In overleg met de milieudienst willen we effectief maatregelen treffen inzake brandveiligheid, ook voor bestaande parkeergarages. Onder meer ook maatregelen in het geval er in die parkeergarages elektrische voertuigen en laadstations worden toelaten. Wat is dan de brandimpact? Wat is dan het risico? Een problematiek waarnaar in België weinig of geen onderzoek is gedaan. We moeten die info dus in het buitenland zoeken. Maar we zijn intussen ons onderzoek gestart met onder meer onze vier firesafety-engineers. Zo bekijken we of we voertuigen op waterstof in parkeergarages al dan niet zullen laten binnenrijden. Nu zijn CNG-vervoertuigen op aardgas toegelaten. Wagens op waterstof zien we als een groter risico. Waterstof heeft immers een steekvlam van 24 meter hoog en een vlamtemperatuur van 2000 °C. Er is dus een zwaardere impact op een gebouw van 3 m hoog waardoor je daar actief iets moet aan doen. Met een rook- en warmteafvoer schiet je duidelijk tekort.”

Afgevaardigde BZA: “Klopt. Maar dan ga je ervan uit dat je gas zo zal ontsteken. In Antwerpen rijden al enkele bussen op waterstof. Die systemen bevatten kleppen. De waterstof wordt afgeblazen en is snel weg.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Maar bij ontsteking krijg je door de hoge temperaturen wel een enorme hittebelasting. Daarom is al beslist dat er in ondergrondse parkeergarages geen laadpalen van waterstof of ander gas worden toegelaten. Elektrische laadpalen wel. Binnenlandse Zaken wil in de wetgeving over veiligheid van elektrische installaties zeker ook de laadpalen toevoegen.”

Door Gianni D’Angelo

www.antwerpen.be/nl/overzicht/brandweer

be.brussels/dbdmh/over-de-dbdmh

www.brandweerzonecentrum.be