REPORTAGE  
New Security Magazine 148 – oktober 2018

Integrale aanpak roofoverval focust op meerdere facetten

Een roofoverval op een winkel is een ingrijpende gebeurtenis voor de slachtoffers. De ideale aanpak bestaat niet, maar dankzij een meersporig beleid kunnen goede resultaten geboekt worden. Als tegelijkertijd gewerkt wordt op aanpak van potentiële daders, situaties en slachtoffers kan de frequentie van dat type misdaad zienderogen afnemen.

We beginnen dit artikel met positief nieuws: er is een sterk dalende trend waarneembaar in een breed aantal criminele feiten die gelieerd zijn aan roofovervallen. Zo daalde het aantal gewapende diefstallen in winkels van 7.885 in 2000 tot 3.387 in 2017. Diefstallen met geweld zonder wapen daalden in diezelfde periode van 20.304 tot 15.435 feiten. De daling kan verklaard worden door een aantal zeer uiteenlopende factoren: betere werking van de politiediensten, betere beveiliging door middel van camerabewaking en andere maatregelen, strengere straffen, betere opvolging van daders en de aanzienlijke daling in transacties met cash geld. Ook economische factoren zoals een betere gemiddelde levensstandaard spelen een rol. Welke de achterliggende redenen ook zijn, ze vormen geen vrijgeleide om de aandacht te laten verslappen, integendeel. Criminelen zoeken steeds naar de weg met de minste weerstand. Dat blijkt ook uit een stijging van het aantal inbraken met geweld, de zogenoemde home invasions, met 30 procent in diezelfde periode.

Nare gevolgen

‘Patisserie Lambert op het Jef Mennekensplein in Molenbeek is zaterdag voor de tweede keer in één maand tijd overvallen. De eigenaars houden het voor bekeken. Ze sloten maandag per direct en definitief hun zaak.’ (Bruzz.be)

‘Na drie overvallen heeft de uitbaatster van de Proxy Delhaize in de Zaveldries beslist ermee te stoppen. De derde overval in 4 jaar tijd was voor haar de spreekwoordelijke druppel. “Ik doe geen oog meer dicht, meneer. Ik kan niet meer.” (HBVL.be)

Uit beide voorbeelden blijkt overduidelijk dat een winkeldiefstal met geweld of onder bedreiging niet enkel een serieuze financiële aderlating betekent, ook de psychosociale gevolgen op eigenaar, personeel en klanten zijn navenant. Het stopzetten van de activiteiten mag dan gelukkig een uitzondering zijn, er zijn duidelijk nog heel wat andere nare gevolgen verbonden aan dergelijke feiten. Er zijn de psychosociale gevolgen: de vaak levensbedreigende situatie waarin personeel en klanten een overval verkeren, laat een onuitwisbare en traumatische herinnering na. Dat kan leiden tot verlies van klanten en meer werkverlet bij het personeel. Op het financiële vlak gaat het ook een stuk verder dan de gestolen geldsom of goederen. Er zijn de eventuele herstellingskosten, verzekeringspremies kunnen stijgen, er moeten bijkomende maatregelen bekostigd worden, de winkel moet misschien een tijdje dicht voor de herstelling,… . En dan hebben we de tijdrovende politionele en juridische rompslomp nog niet eens vermeld: aangiftes, verzekeringsbezoeken en eventuele rechtszaken kosten tijd, geld en vooral energie.

Drie sporen

Om een lang verhaal met een huizenhoog cliché kort te maken: voorkomen is in dit geval absoluut beter dan genezen. Bij een roofoverval zijn er drie factoren waarop preventief kan worden gewerkt: de dader, het slachtoffer en de situatie. Een combinatie van acties op die drie domeinen levert het beste resultaat op.

Dader

Het werken op daderschap van roofovervallen speelt tegelijkertijd in op preventie van mogelijke feiten en opvolging na de feiten. Preventie is in deze niet alleen straathoekwerk, maar zal er vooral in bestaan om potentiële daders te detecteren voor ze feiten plegen. Dat kan bijvoorbeeld door een informatiegestuurde aanpak, waarbij bijvoorbeeld het gericht zoeken in data uit de politiesystemen in combinatie met slimme algoritmes goede resultaten kan opleveren. Uit onderzoek uit Nederland blijkt bovendien dat deze groep criminele feiten gepleegd worden door een – in vergelijking met andere feiten – eerder beperkte groep plegers. Als een kleinere groep nauwgezet kan opgevolgd worden door een persoonsgerichte aanpak, zoals aandacht voor veranderend aankoopgedrag, eerdere veroordelingen en veldwerk, kan zo een preventieve aanpak verkregen worden. De uitdaging hier is om de informatie van diverse spelers – plaatselijke en nationale politiediensten, gerechtelijke diensten – samen te brengen om zo de besluitvorming beter af te stemmen. Een voorbeeld: de modus operandi na een eerder delict (vluchtroute, vluchtmiddel, schuilplaats,…) kan helpen om een nieuw delict te voorkomen.

Situatie

De situatie ter plaatse is een tweede belangrijke pijler in de integrale aanpak. Er wordt in deze situatie logischerwijs aan fysieke ingrepen gedacht met een ontradend effect (anti-ramkraakpaaltjes, camerabewaking in winkelstraten, fysieke aanwezigheid van bewakingsdiensten) maar ook specifieke actieplannen kunnen een belangrijke impact hebben. Denk daarbij aan snelle waarschuwingssystemen, regelmatige vergaderingen met winkeluitbaters en opleidingen

Slachtoffer

Als derde pijler in de aanpak komt het slachtoffer op de voorgrond. Wat kan hij doen om te voorkomen dat hij of zij slachtoffer wordt? Het risico valt nooit uit te sluiten, maar enkele ingrepen helpen al om winkels minder kwetsbaar te maken:

• Overvallers slaan logischerwijs bij voorkeur toe in het donker. De meeste overvallen vinden plaats op donderdag, vrijdag en zaterdag. Piekmomenten liggen tussen 15.00 en 18.00 uur en op koopavonden tussen 20.00 en 22.00 uur. De kans op een overval is ook groot bij het openen of het sluiten van het bedrijf. Dat risico wordt nog vergroot, omdat dan vaak slechts één persoon aanwezig is in het bedrijf. Bovendien verschaffen uitbaters of personeel zich vaak toegang via de achterzijde van een pand, waar de beveiliging en verlichting veelal van een minder niveau zijn én waar minder sociale controle is. Winkeliers moeten dus zorgen voor een goede zichtbaarheid en een doordacht afsluitingsbeleid: moet het afsluiten wel via de achterkant gebeuren? Kan het werkschema van personeel niet aangepast worden zodat er met twee personen afgesloten wordt? Kan er met andere winkeliers afgesproken worden om gezamenlijke uren aan te houden?

• Veel overvallers komen eerst op verkenning. Uitbaters moeten gesensibiliseerd worden om alles te noteren wat later eventueel van belang kan zijn (signalement, nummerplaten,…)

•Een camerasysteem gekoppeld aan een meldkamer is een zeer stevig instrument. Desnoods kunnen operatoren toezien op het sluiten of openen van de winkel.

•Voor winkels die compacte maar dure goederen verkopen (juwelen bijvoorbeeld) is een gesloten ingang eigenlijk een evidentie. Zo heeft de winkelier zicht op wie zijn zaak binnenkomt. Bij alle andere zaken is deursignalisatie een absolute must.

•De positionering van de kassa en kluis is één zaak, maar ook hier dringt een doordacht beleid zich op. Maatregelen tegen ingrijpen in de kassa zijn bijvoorbeeld een verhoogde toonbank, een afschermkap boven de kassalade en een afroming op geregelde – niet regelmatige – tijdstippen. Kassa’s opmaken tijden de openingsuren is ook af te raden.

•Klanten die binnenkomen worden best er op gewezen dat ze gezien worden. Een degelijke camera met monitor en opslag die op een strategische plaats gemonteerd wordt, doet wonderen. Wie zichzelf ziet, wordt erop gewezen dat zijn doen en laten gevolgd wordt en dat werkt sterk ontmoedigend.

Door Sammy Soetaert