INTERVIEW
New Security Magazine 148 – oktober 2018
“Eind dit jaar hebben we een nationaal ANPR-netwerk”
Minister Jan Jambon over de uitbreiding, aanpassing en evolutie van beveiligingstools
Monitoring. Bewaking. Beveiliging. Veiligheid. Ze zijn momenteel niet uit het maatschappelijke debat weg te branden. Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Jan Jambon (N-VA) en zijn kabinet vervelen zich dan ook allesbehalve. Voor ons licht de vice-eersteminister zijn visie toe op enkele securitytools. Onder meer de nauwere verstrengeling van beveiliging met veiligheid, het jonge opmerkelijke huwelijk tussen de GDPR-verordening en de camerawet, de uitbouw van een nationaal ANPR-netwerk en de algemene evolutie van beveiliging.
Na enkele incidenten haalt dit nadrukkelijk het nieuws: de roep om meer beveiliging. Meer specifiek om extra beveiliging op autosnelwegparkings, in het Brusselse Maximiliaanpark, in en aan de havens van Zeebrugge en Oostende, en van huisartsen. Het doel van de roep is eenduidig: de veiligheid herstellen.
Veiligheid en beveiliging. Voor de ene moeten we ze gescheiden blijven zien. Voor de andere zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat is uw mening daarover?
Minister Jan Jambon: “Beide begrippen kunnen we niet los van elkaar zien. Beveiliging is voor mij meer het fysieke. Alle genomen maatregelen, geplaatste installaties, de verbetering van alarminstallaties, camera’s … Het is iets dat je kan aantonen, kan hardmaken. Die beveiliging moet dan de veiligheid helpen garanderen. Veiligheid is voor mij vooral het gevoel dat je hebt. Het subjectieve. Dat kan je niet aantonen. Denk aan mensen die zeggen: ‘hier voel ik me veilig want er zijn een hele reeks beveiligingsmaatregelen genomen.’ In die zin zijn beide begrippen duidelijk aan elkaar gelinkt. Iemand kan bijvoorbeeld in een bunker zitten die voorzien is van alle mogelijke beveiligingssystemen, maar zich toch onveilig voelen. Terwijl iemand anders, zoals Rudy Vranckx, in oorlogsgebied rondloopt en zich niet specifiek onveilig voelt. Het veiligheidsgevoel verschilt van persoon tot persoon.”
Kan de veiligheid van een individu, een gezin, een gemeenschap of een land worden gegarandeerd zonder het constant opvoeren en aanpassen van de beveiliging?
“De veiligheidsmaatregelen die je neemt worden je opgedrongen door de context waarin je je bevindt en de bedreigingen die er zijn. Bijvoorbeeld: in een villawijk in Sint-Martens-Latem zal men eerder zijn beveiligingsmaatregelen inzetten op woningdiefstal dan op een andere plaats waar de verkeersveiligheid misschien precairder is. Het is altijd contextgebonden. Nu is terrorisme een grote prioriteit. Vijf jaar geleden was dat minder het geval. Toen was er minder bereidheid om daar mensen en middelen in te stoppen. Alles is situationeel.”
“De camerawet was aan vernieuwing toe. Onder meer omdat we die technologieonafhankelijk wilden maken. Precies omdat de cameratechnologie razendsnel evolueert.”
Wie zegt beveiliging zegt vaak ook bewaking of camerabewaking. Onlangs is de camerawetgeving aangepast. Zo goed als gelijktijdig trad de GDPR in werking. Zijn die twee wetten met elkaar te verzoenen? De eerste wil vooral zoveel mogelijk info via camerabeelden verzamelen, de tweede is er gekomen als aanvulling op de privacywet.
“De GDPR-verordening en de camerawet zijn op identiek dezelfde dag in werking getreden. Daarmee tonen we aan dat we bij de opstelling van de camerawet helemaal rekening hebben gehouden met de GDPR-richtlijnen. Maar inderdaad, veiligheidsbeleid is altijd een beetje in concurrentie met privacy. Het is een kwestie van evenwichten zoeken. Wel had je nu een heel duidelijke richtlijn, omgezet naar Belgische wetgeving. Dus wisten we in welk kader we de camerawet moesten uitwerken. Daarna is ook aan de Privacycommissie en de Raad van State advies gevraagd. En al die adviezen zijn verwerkt in de wetgeving.”
De evolutie van de technologie zal ook leiden tot continue aanpassingen in beide wetten. Hoe flexibel zijn die?
“De GDPR-wet is een Europese richtlijn, een kader waarbinnen men moet werken. Ze is dus iets minder flexibel dan lokale wetgeving. De camerawet was aan vernieuwing toe. Onder meer omdat we die technologieonafhankelijk wilden maken. Precies omdat de cameratechnologie razendsnel evolueert. En die ontwikkeling zal almaar sneller gebeuren. Dankzij de wijziging zullen we voortaan niet meer bij elke nieuwe generatie camera’s de wetgeving moeten aanpassen.”
Privébewakingscamera’s worden van almaar groter maatschappelijk belang. Wie mag de beelden ervan opvragen?
“Alleen de politie. Maar de camerawet bevat wel een passage die stipuleert dat je als burger het recht hebt om beelden te bekijken waar je zelf op staat. Daar moet je wel enigszins pragmatisch mee omgaan. Je kan immers niet alles wegknippen wat losstaat van de betrokken persoon. Daarom ook kan een privépersoon geen beelden opvragen die zijn opgenomen aan bijvoorbeeld een huis. Dat kan alleen de politie in het kader van een gerechtelijk onderzoek. Er is één toepassing waarbij privébewakingsfirma’s beelden live mogen bekijken, namelijk tijdens evenementen. Het gaat om firma’s die daarvoor de licentie hebben. En die beelden mogen dan bekeken worden door erkende bewakingsagenten. Dus niet zomaar wie. Maar alleen de politie kan op basis van die beelden interveniëren. Een concreet voorbeeld is Werchter. Honderden camera’s brengen het volledige festivaldomein in kaart en de projectie ervan vindt plaats op een videowall in de controlekamer. Privébewakingsagenten bekijken die beelden, in aanwezigheid van de politie. Als een bewakingsagent een incident of iets verdachts ziet, dan brengt hij de politie daarvan op de hoogte. Die interpreteert vervolgens het beeld en besluit al dan niet of er iets is om over te gaan tot actie of arrestatie. Dus die beslissing neemt de politie. Zo kan de privacy van de festivalgangers niet worden geschonden.”
“We zien dat na alle veiligheidsmaatregelen die de voorbije jaren genomen zijn, de winkel- en woningdiefstallen of tout court de criminaliteit drastisch dalen.”
Mogen we stellen dat de wetgeving niet alles goed afdekt? Dat sommige zaken vatbaar blijven voor interpretatie?
“De vorige camerawetgeving bevatte te veel grijze zones. Wat normaal is omdat een wetgeving evolueert. En al die grijze zones die vatbaar waren voor interpretatie hebben we weggenomen door de zaken helder te stellen. Maar een wetgeving is ook altijd iets des mensen. Er kan nog wel eens een nieuwe interpretatiemogelijkheid ontstaan. Intussen is de wet enkele maanden van kracht en tot dusver is daarover weinig onduidelijkheid gerezen. Dus mogen we zeggen dat tot nu toe aan de doelstelling is voldaan.”
Winkeliers mogen voortaan hun camerabeelden live tonen op een televisiescherm in de winkel. Hoe belangrijk is dat in de strijd tegen criminaliteit?
“Dat zal een terrorist niet tegenhouden, maar het is vooral bedoeld tegen winkeldiefstallen. Die mogelijkheid is er gekomen op vraag van de sector. Die heeft ons gevraagd om dat te mogen doen omdat het ontradend werkt. En uit voorbeelden in het buitenland blijkt dat het aantal diefstallen daarmee inderdaad daalt. De kans dat iemand die iets wegmoffelt in de winkel betrapt wordt, vergroot daarmee enorm. Het heeft dus zeker zijn effect. Maar de ene maatregel die alles oplost inzake veiligheid, die bestaat niet. De vertoning van de rechtstreekse winkelbeelden is slechts een van de vele elementen die samen tot een oplossing leiden. Elk element apart brengt iets bij. Maar alleen het geheel, de cluster aan maatregelen leidt tot significante resultaten. De camerawetgeving is pas heel recent van toepassing. Om het effect daarvan te meten, is het te vroeg. Maar we zien wel dat na alle andere maatregelen die de voorbije jaren genomen zijn, de winkel- en woningdiefstallen of toutcourt de criminaliteit drastisch dalen.”
In de camerawet is ook dit nieuw: een centraal register van alle beveiligingscamera’s in ons land. Voortaan moet iedereen zijn privébewakingscamera’s laten registeren als die openbaar domein filmen. Hoe verloopt die registratie?
“Er is een onderscheid te maken tussen nieuwe camera’s en camera’s die al geïnstalleerd waren. Eigenaars of bezitters van camera’s die al geplaatst waren hebben twee jaar de tijd om hun toestellen te laten registreren via de website van Binnenlandse Zaken. Die registratie verloopt alvast vrij vlot. Voor de nieuwe toestellen zullen de leveranciers en bewakingsfirma’s de particulieren daar wel bij helpen. Dat is toegestaan.
“Maar het klopt, het wordt een uitdaging om over twee jaar alle operationele camera’s geregistreerd te hebben. We rekenen onder meer op firma’s die onderhoudscontracten hebben met camera-eigenaars en -beheerders. Zij kunnen hen op de hoogte stellen en eventueel zelf de camera’s registeren. Trouwens, de registratie is niet nieuw. Vroeger was dat ook verplicht, maar dan bij de Privacycommissie. Nu de registratie via Binnenlandse Zaken gebeurt, kan de politie meteen optreden mocht ze bepaalde beelden nodig hebben. Vroeger kon de politie niet zomaar naar de Privacycommissie stappen om beelden op te vragen.”
“Neem de aanslag in Zaventem. Dankzij de beelden van onder meer privébewakingscamera’s hebben we het traject van de ‘man met het hoedje’ (Mohamed Abrini, nvdr.) kunnen volgen en hem zo kunnen oppakken. Door de nieuwe registratieprocedure zullen we veel sneller weten waar camera’s hangen die ons kunnen helpen bij het oplossen van een misdrijf of misdaad.”
“We zullen meer en meer in een informatiegedreven en -gestuurde maatschappij terechtkomen. Voor de veiligheid zal dat opportuniteiten bieden, maar er zijn natuurlijk ook risico’s aan verbonden, bijvoorbeeld door de groeiende cybercriminaliteit.”
Ziet u die registratie als een burgerplicht? Als een wettelijke en morele verplichting om bij te dragen aan een veiligere maatschappij?
“Een burger kan altijd weigeren om zijn camerabeelden te laten zien. Tenzij er een gerechtelijk bevel is. Dat is ook zo bij een huiszoeking. Wie weigert wanneer een politieagent vriendelijk komt vragen om de beelden te zien, maakt zich enigszins verdacht. Voordat registratie verplicht was, was de politie afhankelijk van de burger die zelf op het idee kwam om de politie te melden dat zijn camera iets verdachts had gefilmd. De registratie laat de politie nu toe om sneller op te treden, zelf het initiatief te nemen mocht dat echt nodig zijn.”
De camerawet effent ook de weg voor het gebruik van bodycams en camera’s geïnstalleerd op drones en helikopters. In welke mate was dat noodzakelijk?
“Met de drone kan je over alles vliegen en alles filmen. In het kader uiteraard van de dronewetgeving en voortaan ook de camerawetgeving. Net als de bodycams zijn ze absoluut een stap vooruit. Maar om die toe te laten was de nieuwe wetgeving nodig.”
Bodycams voor privébeveiligingsagenten: is dat een optie?
“Dat is nu al in de wet voorzien. Maar dan in heel specifieke omstandigheden. Bijvoorbeeld voor de nucleaire centrales. In het niet-publieke gedeelte van die centrales mogen ze daarvan al gebruikmaken. Ook in militaire domeinen, havenfaciliteiten, Seveso-bedrijven, luchthavens en internationale stations. Maar ook hier telkens voor het gedeelte dat niet voor het publiek toegankelijk is. Die lijst kan worden uitgebreid mits een koninklijk besluit. Voor privéfirma’s die bijvoorbeeld aan de ingang van een fuifzaal de bewaking moeten voorzien, is dat niet toegelaten.”
Is de volgende stap naar meer veiligheid en meer beveiliging de uitbouw van een groot ANPR-cameraschild in ons land?
“Momenteel hangen er in ons land al honderden ANPR-camera’s. Lokale besturen investeren daar al jaren in. Oorspronkelijk is dat begonnen met stedelijke netwerken. Turnhout en Mechelen waren de pionierssteden in België. De lokale politiediensten bekeken de beelden van die netwerken. Nu hebben we beslist om dat netwerk uit te breiden met duizend camera’s op plaatsen waar autosnelwegen elkaar kruisen en aan grensovergangen. In totaal gaat het om ongeveer 270 sites. Daarnaast, wat nog belangrijker is, zullen we ook alle lokale netwerken in één nationaal netwerk aaneenhangen. Als je de duizend nationaal te installeren ANPR-camera’s samentelt met de al operationele lokale toestellen en de camera’s die de lokale besturen nog willen installeren, dan kom je makkelijk aan ongeveer 3.000 stuks. Want op heel wat partijprogramma’s voor de lokale verkiezingen staat de wens om het aantal lokale camera’s uit te breiden of voor het eerst lokaal ANPR-toestellen te plaatsen. En de gegevens van al die camera’s samen zullen in dat ene unieke netwerk terechtkomen, dat eind dit jaar operationeel zal zijn.”
“Het wordt een uitdaging om over twee jaar alle operationele camera’s geregistreerd te hebben. We rekenen onder meer op firma’s die onderhoudscontracten hebben met camera-eigenaars en -beheerders. Zij kunnen hen op de hoogte stellen en eventueel zelf de camera’s registeren.”
De maatschappij kenmerkt zich steeds meer door een aanwassing van wetten, rechten en regels. Wordt het voor de burger stilaan niet te veel?
“Ik begrijp die bezorgdheid, maar we leven in een almaar complexere maatschappij. En dan heb je goede spelregels nodig. De overheid maakt wetten, maar informeert ook de burgers. In het geval van de camerawetgeving doen we dat zoals het hoort. Camera’s kunnen niet zomaar door iedereen geïnstalleerd worden.”
“Maar inderdaad. De Belgische bibliotheek van wetboeken in 1830 zal misschien een halve wand groot zijn geweest. Vandaag zal die bibliotheek wellicht bijna een heel gebouw omvatten. Van mij mogen er af en toe eens wetten worden afgeschaft. Daar heb ik op zich geen probleem mee.”
Hoe ziet u de wereld van beveiliging op korte en lange termijn evolueren? Wat zal straks of later de toon zetten?
“Technologie zal niet weg te bannen zijn. Ze wordt almaar ingrijpender. Binnenkort hangt zelfs onze koffiezetmachine op het internet.”
“We zullen meer en meer in een informatiegedreven en -gestuurde maatschappij terechtkomen. Voor de veiligheid zal dat opportuniteiten bieden, maar er zijn natuurlijk ook risico’s aan verbonden, bijvoorbeeld door de groeiende cybercriminaliteit. Het zal een spel van boswachter en stroper blijven. De criminelen een stap voor blijven is de uitdaging. Zolang de mens bestaat, denk ik dat hij met die uitdaging zal worden geconfronteerd.”
Door Gianni D’Angelo


