DOSSIER
New Security Magazine 149 – februari 2019
Keurmerk Veilig Ondernemen: haalbaar in België?
Een goed veiligheidsbeleid durft ook over de grenzen te kijken, om er concepten uit te halen die ook in eigen land interessant kunnen zijn om toe te passen. Een voorbeeld daarvan is het Nederlandse Keurmerk Veilig Ondernemen, kortweg KVO. Dat is al sinds 2001 in voege bij onze noorderburen. Mits enige aanpassing is het ook implementeerbaar in ons land.
Quasi elke handelaar of bedrijfsleider wordt vroeg of laat geconfronteerd met een negatieve ervaring: vandalisme, inbraak, diefstal, agressie of brand. Dat is meestal het startpunt om werk te maken van een betere beveiliging: een afsluiting van het bedrijfsterrein, de installatie van een camerabewakingssysteem en een aangepaste toegangscontrole, om er maar enkele op te noemen. Helaas zijn die individuele maatregelen vaak onvoldoende, omdat er externe factoren meespelen waarop de betrokkenen geen of veel minder vat hebben. Denk bijvoorbeeld aan het ontbreken van straatverlichting in industriezones of het gevoel dat de politiediensten te weinig zichtbaar aanwezig zijn in winkelgebieden.
Onder invloed van het onveiligheidsgevoel zagen we in ons land initiatieven ontstaan zoals het BIN (Buurt Informatie Netwerk), waarbij particulieren onder leiding van een coördinator en de lokale politie verdachte zaken kunnen communiceren met elkaar. Het BIN-Z (Buurtinformatienetwerk voor Zelfstandige Ondernemers) is vergelijkbaar, maar hier zijn de actoren van het project de zelfstandige ondernemers, de lokale politie en de lokale bestuurlijke overheden, eventueel aangevuld met burgers uit dezelfde buurt. Naast die geofficialiseerde vorm van samenwerking, zien we ook lossere vormen van informatiedeling ontstaan, waarbij lokale handelaars via sociale media – vooral Whatsappgroepen zijn populair – elkaar waarschuwen voor verdachte zaken. Dergelijke initiatieven zijn lovenswaardig en hebben zeker hun nut, maar hun functie is veelal wel beperkt tot een pure melding van mogelijke verdachte zaken. In die zin loont de grensoversteek de moeite, want een vergelijkbare samenwerking in de gedaante van het KVO gaat daar nog enkele stappen verder.
KVO-certificaat
Een KVO wordt in Nederland toegepast in twee types gebieden: winkelzones en bedrijventerreinen. In die afgebakende zones maken de plaatselijk ondernemers, gemeenten, politie en brandweer gezamenlijk afspraken om de overlast en criminaliteit aan te pakken. De maatregelen kunnen daarbij zeer divers en specifiek aan de locatie gebonden zijn: (overval)preventietrainingen, betere openbare verlichting, georganiseerd toezicht, schoonmaakoperaties, brandbeveiligingsmaatregelen,…) .
Dat heeft voor alle betrokken partijen voordelen: ondernemers kunnen hun klanten en personeel een veiliger omgeving bezorgen, politie- en brandweerdiensten leren beter de pijnpunten van een zone kennen, alle actoren leren ook beter communiceren met elkaar en de gemeentes tot slot kunnen prat gaan op een beter veiligheidsimago. Belangrijk bij het KVO is dat het om een afgelijnde procedure gaat, waarbij er effectief overgegaan wordt tot een neutrale evaluatie en certificering via een onafhankelijke entiteit. Winkelzones kunnen uitpakken met deze certificering als extra verkoopargument: ‘bij ons is het veilig, want we beschikken over het KVO.’ Ondertussen zijn er in Nederland 800 gebieden met een KVO.
Traject in een lus
Het behalen van een KVO-certificaat is dus geen nattevingerwerk, maar verloopt via een vastomlijnd traject:
In stap 1 wordt een intentieverklaring opgesteld, waarin de diverse partijen opgenoemd worden en de wijze waarop zij zullen samenwerken.
In stap 2 wordt een veiligheidsanalyse uitgevoerd om de specifieke situatie door te lichten. Dat is een proces dat gevoed wordt door informatie uit diverse bronnen: bevraging van ondernemers, plaatselijke criminaliteitscijfers, interventiecijfers van brandweer,… . Die nulmeting geeft een goed inzicht in de veiligheidsproblemen.
In stap 3 wordt het plan van aanpak opgesteld. Daarin worden concrete maatregelen, hun doelstellingen en de uitvoeringswijze opgesteld.
In stap 4 wordt een eerste certificering uitgevoerd. Een onafhankelijke toetsing bekijkt of de vooropgestelde maatregelen voldoende goed uitgewerkt zijn. Bij een positieve balans krijgt het winkelgebied of bedrijventerrein een basisattest.
In stap 5 worden de maatregelen vervolgens in de praktijk gebracht.
In stap 6 worden de resultaten gemeten van de inspanningen aan de hand van een nieuwe veiligheidsanalyse. Door dat te vergelijken met de resultaten van stap 2 wordt het effect duidelijk.
In stap 7 wordt de terugkoppeling gerealiseerd: op basis van de uitkomst in stap 6 worden nieuwe doelstellingen, maatregelen en acties geformuleerd, die vervolgens weer zullen worden gemeten en in nieuwe acties uitmonden. Het geheel mondt uit in een uiteindelijke continue certificering, maar merk op dat dit proces altijd een lus is. Veiligheid is geen dode materie, voortdurend zijn er evoluties in het dreigingsbeeld. Vandaar het belang van de terugkoppeling. Een hercertificering – stap 8 - wordt in theorie om de twee jaar gedaan, bij een positieve evaluatie krijgt het gebied dan een tweede, derde, vierde KVO-ster.
Hinderpalen
De continuïteit bewaren blijkt een belangrijke opdracht. Verloop bij ondernemers blijkt soms aan de oorzaak te liggen van een slabakkende werking, vaak is dat omdat de persoon die het initiatief nam om een KVO-zone op te richten, niet meer actief is omdat zijn bedrijf verhuisd of gestopt is. Het is dan ook belangrijk om een voldoende groot draagvlak te creëren, waarbij de verantwoordelijkheden verdeeld worden over meerdere schouders.
Een ander aandachtspunt is een goede afbakening van de KVO-zone. Sommige bedrijventerreinen lenen er zich niet voor omdat ze te groot, te klein of te divers zijn. Als de instapbereidheid van anderen te klein is, is het voor deelnemende bedrijven minder lonend om toch door te gaan met een KVO. Bij winkelcentra ziet men vaak dat er gestart wordt met een bepaalde, logisch afgebakende geografische zone. Na verloop van tijd zien ook handelaars uit omliggende straten de voordelen en willen ze meestappen in het verhaal. Op zich is dat geen probleem, maar het gebeurt dat de zone te groot of te divers wordt, waardoor het KVO uiteindelijk minder goed functioneert. Een ander heikel punt is dat ondernemers heel vaak vanuit de eigen ervaring maatregelen willen nemen, maar daarbij het algemeen belang uit het oog verliezen. Zo kan het dat er overvloedig veel aandacht gaat naar overvalpreventie, maar weinig naar brandpreventie omdat de prevalentie van dat laatste een stuk minder is. Een goed plan houdt evenwel rekening met alle mogelijke gevaren.
Door Sammy Soetaert


