DOSSIER
New Security Magazine 148 – oktober 2018
Predictive profiling werkt preventief en proactief tegen criminaliteit
Predictive profiling is de laatste decennia aan een opmerkelijke opmars bezig. Het beveiligingsconcept werd in de jaren 70 van de vorige eeuw ontwikkeld in Israël als antwoord op de plaatselijke beveiligingssituatie, maar ondertussen wordt het wereldwijd toegepast, ook in compleet andere situaties. We hadden een gesprek met Stephan Van Hauwe, specialist in deze materie.
Hoe zou u predictive profiling omschrijven?
Van Hauwe: “Predictive profiling zie ik als een gevorderde beveiligingsdoctrine die ingezet wordt om preventief en proactief criminele en terroristische feiten te voorkomen, door in een vroeg stadium al te reageren op verdacht gedrag. Het bestaat uit twee hoofdluiken. In een eerste fase gaat men dat verdacht gedrag – in de breedste zin van het woord – identificeren en herkennen. Vervolgens probeert men dat te koppelen aan bekende terroristische of criminele modus operandi. In het tweede luik volgt dan het luik ‘security questioning’. In deze fase wordt op een correcte, respectvolle en klantvriendelijke manier de ‘person of interest (POI)’ in kwestie benaderd en bevraagd om na te gaan of er effectief een dreiging vanuit gaat. Predictive profiling en security questioning hangen dus intrinsiek samen.”
Voorwaarden
Wat zijn de basisvoorwaarden om succesvol predictive profiling toe te passen?
Van Hauwe: “Het is belangrijk dat de organisatie een duidelijk beeld heeft van het dreigingslandschap. Wie predictive profiling inzet om winkeldieven te klissen moet het concept anders benaderen dan wie pakweg een terroristische dreiging wil onderscheppen of een drugsdeal wil detecteren. De modus operandi zijn helemaal anders bij deze feiten. Je moet de dreiging analyseren en onder andere de juiste vragen stellen. ‘Wie staat er tegenover mij? Welke technieken passen die daders toe? Van waar komen ze? Hoe zijn ze georganiseerd? Over welk kennisniveau en ervaring beschikken ze?”
“Een tweede basisvoorwaarde ligt niet bij de dader maar bij het interne beveiligingsconcept. Dat bestaat uit vijf noodzakelijke domeinen: organisatorische, bouwkundige en elektronische maatregelen plus cybersecurity en meldingen. Die moeten evenwichtig aanwezig zijn en je moet je goed bewust zijn van je eigen situatie. Ook moet je bepalen wat de kwetsbaarheden zijn en wat de ‘crown jewels’ zijn: wat wil je beschermen? Dat kan een persoon zijn, maar evengoed een locatie, evenement of informatie.”
Is elke bewakingsagent geschikt om predictive profiling toe te passen?
Van Hauwe: “Predictive profiling is geen vervanger van een ander beveiligings- of bewakingsconcept, het is een aanvulling erop. Het zal toelaten om uw focus en de pakkans te verhogen en zo feiten te voorkomen of die in een vroeg stadium te identificeren, analyseren en stoppen. Omdat het een gevorderde manier van werken vergt, worden wel bepaalde eisen gesteld aan de bewakingsagent of politie-inspecteur die deze taak uitvoert. Je moet onder andere naar iemand durven toe te stappen, tegelijkertijd assertief en klantgericht zijn. Ook empathisch vermogen is een absolute voorwaarde want uiteindelijk is er enkel een vermoeden en is er nog geen strafrechtelijk feit gepleegd. Je mag ook zelf geen stress veroorzaken bij de POI. Je mag dus een perfecte bewakingsagent zijn, als je niet over deze intrinsieke karaktertrekken beschikt zal het niet lukken.”
Security questioning
Hoe bepaal je welke vragen het best gesteld kunnen worden?
Van Hauwe: “Er is geen echte leidraad voor de vragen die best gesteld worden, dat hangt af van de situatie. Er zijn dus geen standaardvragen, want belangrijker is het antwoord van de POI. De interpretatie van non-verbale communicatie is hierbij van zeer groot belang. Er zijn enkele indicatoren die wijzen op mogelijke problemen. De reactiesnelheid van zijn antwoord bijvoorbeeld, of de aard van zijn antwoord (ontwijkend/aarzelend/…). Ook zijn houding en bepaalde stressindicatoren zijn mogelijke aanwijzingen van vreemd gedrag. Als je bonafide bent, zal je door de respectvolle benaderingswijze probleemloos op elke vraag antwoorden. Heb je wel iets te verbergen, dan verhoogt sowieso je stressniveau. En dat valt op door de genoemde zaken: gewijzigde lichaamshouding, oogcontact vermijden, de manier van antwoorden,… .”
Red teaming
Hoe ziet een degelijke opleiding er uit?
Van Hauwe: “De theoretische training duurt toch al gauw een 40 uur voor een doorsnee bewakingsagent. Daarin worden alle begrippen, de context en de modus operandi aangeleerd. Daarnaast is ook oefenen in de praktijk een tweede belangrijke pijler in de opleiding. Dat bestaat uit twee luiken. In een eerste fase wordt op de locatie van de klant nagegaan of de theorie voldoende opgepikt werd en de aangeleerde technieken ook in de praktijk omgezet kunnen worden. Hierbij weet de bewakingsagent dat hij getest zal worden, hij weet dat er rolspelers ingezet zullen worden. Pas als blijkt dat de bewakingsagent echt goed scoort in deze setting, gaan we over naar het tweede luik van de praktische kant van de opleiding. Dat heet ‘Red teaming’, dit is een onaangekondigde test waarbij de theorie verder aan de praktijk getoetst wordt. Die oefening wordt geregeld herhaald, veelal om de drie of zes maanden. Het belang van de praktijkoefening is niet min. Wie enkel de theorie volgt blijft steken op 20 % slaagkans. Wie het eerste luik van de praktijkoefening doet, gaat al vlot naar iets boven de 50 %. Wie ook het red teaming luik uitvoert, kan tot 80 % slaagkans laten optekenen.”
De techniek is ontstaan met terroristische dreiging in het achterhoofd. Kan het zomaar ingezet worden om ook winkeldiefstal en drugsfeiten te voorkomen?
Van Hauwe: “Predictive profiling is altijd op maat van de situatie, maar de basis blijft hetzelfde. De bescherming van de Antwerpse diamantwijk vergt bijvoorbeeld een compleet andere benadering dan die van de kerncentrale van Doel. De locatie en het dreigingsbeeld zijn al compleet anders. Hieruit blijkt het belang van de dreigingsanalyse die je moet maken voor je aan de slag gaat. Drugdealers vertonen ander gedrag dan wie op zoek is naar een winkel waar hij een inbraak kan doen. Die gedragen zich anders, gaan andere indicatoren vertonen en die moet je kennen. “
De focus ligt vooral op personen? Wat met voertuigen of objecten?
Van Hauwe: ”Die kunnen ook meegenomen worden in predictive profiling. Een voorbeeld om dit toe te lichten: als uit je dreigingsanalyse blijkt dat een voertuigbom tot de mogelijkheden behoort, dan kan je op voorhand al analyseren waar de mogelijke locaties zijn waar deze voertuigen kunnen worden geplaatst. Als er daar dan effectief een voertuig geplaatst wordt, kan je vervolgens een veiligheidsscan doen: wie heeft dat voertuig daar geplaatst. Is de gewichtsverdeling correct, zijn de nummerplaten conform, zit er iemand in… . Met objecten is de werkwijze net dezelfde. Hieruit blijkt ook het belang van camerabeelden, iets wat op zijn beurt weer het belang aantoont van je volledige beveiligingsconcept.”
Zijn er gebouwen of omstandigheden waarin de techniek niet werkt?
Van Hauwe: “De voornaamste hinderpaal is als de basisregels niet gerespecteerd worden. Wie zijn eigen dreigingsbeeld niet correct kan inschatten of niet weet hoe zijn beveiligingsconcept in elkaar zet, begint beter niet zomaar met predictive profiling. Het is een gevorderde beveiligingsdoctrine, dus het vergt inzicht in je eigen situatie. Maar voorts zijn er geen grenzen aan types sectoren, locaties of bedrijven waar je het kan toepassen.”
Zijn er nog valkuilen?
Van Hauwe: “Predictive profiling gaat om gedrag, niet om uiterlijke kenmerken van personen. De bewakingsagent moet dus goed op de hoogte zijn van specifieke culturele gedragingen, anders verval je snel in ‘etnisch profileren’. De basis-stressindicatoren zijn dezelfde over alle culturen heen, maar er zijn natuurlijk ook verschillen. Oogcontact is bijvoorbeeld not done in bepaalde culturen, terwijl bij anderen lang oogcontact volkomen normaal is. Die culturele verschillen moeten meegenomen worden in het dreigingsbeeld dat je opstelt.“
Door Sammy Soetaert
Stephan Van Hauwe
Stephan Van Hauwe kan bogen op een lange carrière in de sector, met eerdere werkgevers als Securitas en de US Department of State. Van Hauwe is vandaag onder andere hoofd van de Security Office van het Antwerp World Diamond Centre, waar hij dagelijks verantwoordelijk is voor het beveiligen van personeel, bezoekers, data en goederen in het zenuwcentrum van de Antwerpse diamantwijk.
Daarnaast is hij in binnen- en buitenland een sterk gewaardeerde docent voor tal van gespecialiseerde beveiligingsopleidingen en is hij de drijvende kracht achter OpSeC, een consultancybedrijf dat eveneens beveiliging als hoofdtaak heeft.



