INTERVIEW  
New Security Magazine 147 – augustus 2018

Interesse in kwaliteitslabel voor camerabewaking wakkert aan

“Door de constante en vooral snelle evolutie van de beveiligingscamera’s is het voor ons een serieuze maar mooie uitdaging.” Thierry De Leeuw is enthousiast over de jongste telg die het Belgische Elektrotechnische Comité beheert: Incert Video. Dat is een kwaliteitslabel voor camerabewaking. Een certificatie op vrijwillige basis, die er kwam naar aanleiding van een vraag van FOD Binnenlandse Zaken naar Alia Security, de Belgische beroepsvereniging van de elektronische beveiliging. En vooral een kwaliteitsmerk waaraan een groot aantal verdelers en installateurs meer dan behoefte hadden om zich te differentiëren in de markt.

Het was geen verrassing, toen Alia in 2016 bij het Belgische Elektrotechnische Comité (BEC) heeft aangeklopt voor het kwaliteitslabel. Het BEC hoedde toen al drie kwaliteitslabels: Incert Inbraak, Incert Alarmcentrales en Incert Voertuigen. “Incert is eind 2002 ontstaan op initiatief van de autoriteiten en de sector”, schetst Thierry De Leeuw van BEC kort de geschiedenis van het collectief kwaliteitsmerk op vrijwillige basis. “In eerste instantie was er nood aan een kwaliteitsmerk voor de beveiliging van gebouwen omdat er grote problemen waren met de valse alarmmeldingen. De politie werd te vaak nodeloos gealarmeerd. En die onnodige interventies en kosten wilde het ministerie terugdringen. De installaties moesten dus een gewenst niveau halen. De oplossing was een kwaliteitsmerk creëren. En dat werd Incert. Een collectief kwaliteitsmerk dat het BEC, als sectorale operator van normen voor alarmsystemen, in beheer kreeg. Het voordeel van een collectief merk is dat alle betrokken partijen dit ondersteunen: de verzekeringsmaatschappijen, de verzekeringsmakelaars, de beroepsfederaties van installateurs, de beroepsfederaties van fabrikanten en verdelers, gespecialiseerde studiebureaus en de certificatie- en inspectieorganismen met hun bevoegde laboratoria. En over die verbintenis om strikte kwaliteitsregels te volgen, beslissen alle partijen om tot een consensus komen tussen de verschillende actoren, wat echt fundamenteel is.”

Kwaliteit promoten

Na de certificatie van beveiligingsondernemingen en producten (2003), de certificatie van alarmcentrales (2009) en de certificatie voor inbouwbedrijven en producten (2010) lanceerde het BEC in 2017 de certificatie voor video-observatie. Het doel bleef hetzelfde: kwaliteit promoten. “En kwaliteit bekom je alleen dankzij kwalitatieve installateurs én kwalitatieve installaties. Daarom, om het certificaat Incert Video te bekomen, moet een bedrijf specifieke reglementen naleven en moeten installaties aan de opgelegde eisen voldoen.”

Volgens Thierry De Leeuw is dat noodzakelijk. “Camerabeelden worden almaar belangrijker. Zowel voor veiligheid als beveiliging. Meer nog: de camera wordt stilaan het enige randapparaat. De almaar slimmer wordende camera’s zullen in de toekomst alles kunnen: hoeveelheden tellen, gezichten herkennen, rook, brand en inbraken detecteren, … Daarom kregen we de dwingende vraag om de markt van bewakingscamera’s te professionaliseren. De technologie moest een kader krijgen waar men niet meer omheen kan.”

Om alarmsystemen en camerabewakingssystemen te mogen plaatsen, moet een installateur verplicht over een vergunning van de FOD Binnenlandse Zaken beschikken. Maar inzake de kwaliteit van de toestellen en het vakmanschap van de installateur ligt er bij wet niks vast.

“Incert Video is grotendeels gebaseerd op de Europese normen inzake camerabewaking. Sommige reglementen zijn strenger dan Europa voorschrijft. Maar camera’s evolueren zo snel dat we verplicht zijn om constant onze reglementering en technische nota’s aan te passen. De snelle technische evolutie maakt het ons ook niet gemakkelijk. Het product certificeren zoals we doen voor bijvoorbeeld inbraak is niet mogelijk. Het geïnstalleerde toestel moet zijn gecheckt door certificatie- en inspectieorganismen. Dat vergt tijd en kosten. En tijd en video, dat gaat niet samen. Voordat de installatie kan worden getest is er al een tweede of derde versie op de markt. Daarom hebben we gekozen voor een andere aanpak: een certificatie van verdelers of fabrikanten voor video-observatie naast die van installateurs. Want we moeten tot elke prijs de eindkwaliteit voor de consument waarborgen. De verdeler heeft daarom een aantal administratieve en organisatorische verplichtingen. Eén daarvan is de dienst na verkoop garanderen. En dat gedurende een aantal jaar omdat het product kan evolueren. Bijvoorbeeld na een jaar de klant zeggen dat een probleem aan zijn installatie niet kan worden opgelost en dat de enige optie is een volledig nieuwe installatie aankopen: dat aanvaarden wij niet. Dat strookt niet met het opzet van Incert Video. We willen absoluut vermijden dat iemand bij de eerste de beste en de goedkoopste onlinewinkel een installatie koopt. Ons certificaat geeft verdelers de verantwoordelijkheid om een zekere continuïteit en duurzaamheid van hun product te waarborgen. Zo moeten ze onder meer ook hun eigen klanten opleiden, trainingen aanbieden.”

Voordeel voor drie partijen

Zowel de verdeler, de installateur als de consument heeft baat bij een Incert Video-certificaat. De verdeler en installateur om zich te differentiëren van hun collega’s, de consument om met een gerust gemoed geld uit te geven aan een betrouwbaar camerabewakingssysteem.

“Ik beweer niet dat iemand die geen Incert is geen kwaliteit kan leveren. Maar het is wel zo dat wie wel Incert is altijd kwaliteit moet leveren. Vergelijk het gerust met ISO 9001. Het is niet omdat iemand niet beschikt over het document ISO 9001 dat hij geen kwaliteit kan leveren. Maar wie wel over dat document beschikt heeft een extra kwaliteitsgarantie waarmee hij de consument kan overtuigen om voor hem te kiezen.”

Al is overtuigen niet altijd zo simpel. “Een bedrijf moet zelf het initiatief nemen”, laat Thierry de Leeuw weten. “Of ons merk voldoende gekend is? Bij de consument niet. Omdat onze organisatie niet over de financiële middelen beschikt voor een grootse reclamecampagne. Bij verdelers en installateurs gaan we ervan uit dat Incert wel afdoende gekend is. Zij zullen ingelicht zijn door de federaties. Maar bij sommigen heerst inderdaad nog twijfel of schrik. Vooral omdat ze een negatieve visie hebben. Ze denken: ‘nog meer controle, nog meer testen’. Nochtans hebben ze er alle belang bij om de zaken positief te benaderen. Een kwaliteitslabel kan een bedrijf alleen maar ten goede komen. Zeker op lange termijn. De voorwaarde is uiteraard dat iedereen in het bedrijf, van de manager tot de installateur, op één lijn zit, dat iedereen er alles aan doet om continu aan de Incert-kwaliteitseisen te voldoen. Het is een investering in tijd en personeel. Hoeveel men er kan aan verdienen, dat is moeilijk te meten. Maar wie verwacht om na één dag al tien procent meer winst wil boeken, is bij ons aan het verkeerde adres. Die hoeft niet mee te doen aan het examen.”

Twee Incert Video-specialisten per organisatie

Met uitzondering van een eenmanszaak, is elke verdeler en installateur verplicht om over minstens twee Incert Video-specialisten te beschikken om recht te hebben op het certificaat. Om dat te bekomen moeten ze een examen tot een goed einde brengen. Het examen peilt naar de kennis van de kandidaten op vier domeinen: de op het KB gebaseerde camerawetgeving, de Incert-reglementen (administratieve verplichtingen), de technische kennis en de technische nota T 030 waarin de minimumeisen inzake kwaliteit voor een installatie vervat zijn.

“De test, afgenomen door en bij het onafhankelijke platform Vormelek, bestaat uit multiplechoicevragen”, verduidelijkt Thierry De Leeuw. “Alle vragen en antwoorden zijn vooraf gekend. In totaal hebben we samen met experten een lijst van 400 tot 500 vragen opgesteld. De test zelf bestaat uit tien vragen over de camerawetgeving, tien vragen over de Incert-reglementen, twintig of dertig vragen over de technologie en tien vragen over T 030. Om te slagen moeten de kandidaten in elk domein minstens 80 procent en in totaal minstens 85 procent behalen. Wie zich goed heeft voorbereid moet vlot kunnen slagen. Trouwens, tot dusver behaalde ongeveer 85 procent van de deelnemers het attest, waarvoor we één keer per maand een examen organiseren.”

Kosten

Het certificaat is geldig voor vijf jaar. “Tijdens die periode zijn er wel regelmatig controles. Elk jaar krijgt de gecertificeerde installateur en verdeler een technische controle. Daarnaast zijn er ook twee administratieve controles. De kosten voor de gecertificeerde vallen best mee. De technische nota T 030 kost 55 euro, om deel te nemen aan het examen betaalt men 150 euro, de jaarlijkse kosten voor de controles variëren tussen de 800 en 1.000 euro en het jaarlijkse lidgeld voor Incert bedraagt 37 euro en 2,60 euro per conformiteitsverklaring.”

188 Incert Video-specialisten

Eind mei telde het BEC al 188 Incert video-specialisten. De eerste verdelers en installateurs zijn al gecertificeerd en er zijn al vele vragen binnengekomen waarvoor reeds een dossier werd geopend. “De kwaliteit is niet gelinkt aan de grootte van het bedrijf of aan het aantal installaties”, voegt Thierry De Leeuw eraan toe. “Een klein bedrijf dat weinig installaties doet, kan evengoed topkwaliteit leveren als een bedrijf die bij wijze van spreken honderd installaties per dag plaatst. Hoe dan ook, 2018 beschouwen we als een testjaar voor het nieuwe certificaat. Deels omdat de administratieve en technische audit tijd vergt. Maar we denken wel dat het een succes wordt, want het aantal bedrijven dat interesse toont, neemt toe. Het besef dringt meer en meer door bij de verdelers en installateurs dat ze met de prijs alleen het verschil niet kunnen maken. En dat kwaliteit hen daarbij fors kan helpen. Zo kunnen ze een voorsprong opbouwen tegenover niet-gecertificeerden. Het label is daarbij een doelmatig instrument. De cijfers en de feedback van de eindconsument vormen het bewijs. Want ook wij ontvangen de opmerkingen en eventueel de klachten van de consument.”

Nood- en risicoanalyse vormt de basis

En om zoveel mogelijk te voldoen aan de wensen van de klant is de opmaak van een sluitende nood- en risicoanalyse belangrijk. “Die vormt de basis om kwalitatief werk te kunnen leveren”, merkt Thierry De Leeuw stellig op. “Die nood- en risicoanalyse maakt duidelijk wat de eindgebruiker effectief nodig heeft. Pas op basis daarvan en rekening houdend met beïnvloedingsfactoren kan een voorstel worden gemaakt voor de eindgebruiker. En die stappen controleren onze twee onafhankelijke, gemandateerde certificatie-instellingen ANPI en Vinçotte grondig. Ze toetsen de analyse af op de installatie die is geplaatst. Zo zien we meteen of aan de wensen van de eindgebruiker is tegemoetgekomen. Ook voor de installateur zijn de controles een goede zaak. Door de feedback verneemt hij of wat hij doet nog altijd goed is. Want zeker inzake camerabewakingssystemen, die onderhevig zijn aan een snelle evolutie, is het een continu proces om zichzelf te evalueren en verbeteren.”

Door Gianni D’Angelo

“Ik zeg niet dat iemand die geen Incert is geen kwaliteit kan leveren. Maar het is wel zo dat wie wel Incert is altijd kwaliteit moet leveren.”

Thierry De Leeuw, BEC

“Het besef dringt meer en meer door bij verdelers en installateurs dat ze met de prijs alleen het verschil niet kunnen maken.”