INTERVIEW
New Security Magazine 145 – februari 2018
“We nemen de wet op de privacy bijzonder ernstig”
Burgemeester Vincent Van Quickenborne licht het Kortrijkse camerabeleid toe
Bewakingscamera’s als cruciaal instrument van een globaal veiligheidsbeleid. Daar is Vincent Van Quickenborne al geruime tijd stellig van overtuigd. Sinds hij de Kortrijkse burgemeesterssjerp draagt, zet hij die overtuiging ook om in daden. In en rond de West-Vlaamse centrumstad liet hij het aantal camera’s aanzwellen tot 136. Honderd waken over de binnenstad, 36 andere houden de invalswegen en de R8 nauwgezet in het oog. En dit jaar komen er nog 25 stuks bij.
Zijn al die camera’s noodzakelijk?
“We begonnen bij het begin van de legislatuur. Toen telde de stad welgeteld vijf camera’s. In de jaren ervoor werd de stad geplaagd door stedelijke criminaliteit. Handtasdiefstallen, diefstal met geweld, grijpdiefstallen. Zeker in de buurt van het station was dat een ernstig probleem. Fenomenen als afpersen van jongeren door andere jongeren. Daarom zijn we ermee gestart aan de stationsbuurt en de caféstraat daar in de buurt omdat zich daar vaak feiten van geweldpleging met slagen en verwondingen voordeden. We gingen ervan uit dat camera’s voor de politie het ideale hulpmiddel waren om criminaliteit op te sporen en daders te identificeren. Intussen telt de stationsbuurt 40 camera’s.”
“Ik denk dat camerabewaking zeer goed is omdat het permanente controle is, 24 uur op 24, waarover er geen discussie is. Daarom ook hebben we stelselmatig de hoeveelheid camera’s uitgebreid in het centrum van de stad. De winkelstraten in 2014 en op andere pleinen en plaatsen in 2015. Intussen hebben we een 100-tal camera’s in de binnenstad. Is dat noodzakelijk? Ik vind dat een stad die vandaag niet investeert in camera’s een onverstandige keuze maakt. Er zijn nog enkele steden die dat helemaal niet doen of beperkt doen. Vaak om ideologische redenen omdat ze vinden dat het een inbreuk is op de privacy. Maar diezelfde steden gebruiken wel massaal camera’s voor verkeersovertredingen. En dan is er geen probleem van inbreuk op de privacy. Dat vind ik dan nogal vreemd. Wij gebruiken de camera’s voor de twee doeleinden. Voor criminaliteitsbestrijding en verkeersveiligheid. Wij gebruiken ook ANPR-camera’s voor het vaststellen van andere verkeersovertredingen, snelheidsovertredingen. In 2018 zullen we ook een eerste belangrijke invalsweg uitrusten met trajectcontrole zodat daar de snelheid gemiddeld daalt.”
“Cameratechnologie is een heel interessante technologie voor ons. We bouwen nu een nieuw hoofdcommissariaat na 40 jaar discussies en beloftes. Dat zal ruimte bieden aan ongeveer 200 m² dispatching waarin een enorme videowall wordt geïnstalleerd. Wij mikken ook op steeds slimmere camera’s. Camera’s die in plaats van het klassieke beeld te tonen pas in actie treden als er beweging is. Camera’s die op basis van slimme data personen kunnen identificeren. Toestellen die behalve de nummerplaat ook meteen de chauffeur die achter het stuur zit op beeld vastleggen. Dan is er geen discussie meer over wie effectief de overtreding heeft begaan.”
“De bewakingscamera’s zien we als een absolute must voor de politie om veel sneller en beter te kunnen optreden. Onze ophelderingsgraad stijgt steeds meer. En vaak, ongeveer om de twee, drie dagen gebruiken we camerabeelden in een proces-verbaal om een zaak op te lossen. Dus als je vandaag de camera’s zou wegdenken, dan zou dat voor de politie een enorme handicap betekenen.”
Hoe worden de camera’s gebruikt? Proactief, preventief, reactief en retroactief?
“Bij ons dat 10 procent preventief en 90 procent reactief. We gebruiken ze vooral om achteraf daders op te sporen. Af en toe dienen de camera’s om live te monitoren. Bij grote evenementen, bijvoorbeeld voor voetbalwedstrijden die op een groot scherm live op een plein worden uitgezonden. Met de camera’s kunnen we de massa in de gaten te houden zodat we, mocht het nodig zijn, maatregelen kunnen treffen. Bijvoorbeeld als we vaststellen dat er te veel volk aanwezig is, kunnen we dat plein afsluiten of betere toegangscontroles voorzien.”
Alles wordt op een videowall gemonitord?
“Nu is ons commissariaat, dat dateert van 1965, voorzien van een beperkte videowall die permanent wordt gemonitord. Helaas kunnen we niet alle beelden tonen op hetzelfde ogenblik. Nu moet worden geswitcht. Dat is een nadeel. We willen slimmer ageren. Als er bijvoorbeeld iemand moet worden gevolgd, is het veel efficiënter dat de camera’s op elkaar zijn afgestemd zodat de politie het volledige parcours van die persoon kan volgen. In het nieuwe commissariaat zal dat mogelijk zijn. Dergelijke intelligente camera’s zijn ook nog geschikter om na te gaan of locatieverboden worden gerespecteerd, gegarandeerd.”
Hoe is de verhouding efficiëntie-effectiviteit? Hoe efficiënt zijn de bewakingscamera’s?
“Het is een investering van ongeveer 1 miljoen euro. De stadscriminaliteit is sterk gedaald. Onlangs is aangetoond dat het aantal woninginbraken in de zone in één jaar tijd met 25 procent is verminderd. Naast het binnenstedelijke cameranetwerk hebben we ook het cameraschild aan de op- en afritten van de R8, de belangrijkste invalswegen. Ook daar loont de investering. Na een golf van woninginbraken gaan we snel na wie daar allemaal is gepasseerd. Dan zien we vaak merkwaardige bewegingen en vreemde nummerplaten die in beeld komen. Op basis daarvan doen we onderzoek en gaat de recherche aan het werk.”
“Voor 1 miljoen investeringen heb je voor jaren een cameraschild en 136 camera’s waardoor we zeker de criminaliteit kunnen terugschroeven. De exacte efficiëntie berekenen is uiteraard niet gemakkelijk. Maar minder criminele feiten betekenen een betere veiligheid. Daarnaast gebruiken we de camera’s ook om ons winkel-wandelgebied tijdens bepaalde uren autovrij te houden. Iedereen die daar een overtreding begaat, moet een retributie betalen. Daarom denk ik dat er weinig discussie is over de effectiviteit en de efficiëntie van het systeem.”
Wie het heeft over bewakingscamera’s, heeft het ook meteen over de wet op de privacy. Om het evenwicht tussen privacy en effectiviteit te kunnen bewaren, gelden in Californië bijvoorbeeld een aantal strikte richtlijnen. Camera’s mogen daar alleen passief worden gemonitord. Beelden in real-time bekijken is verboden. De beelden kunnen alleen worden bekeken nadat een misdrijf is gepleegd. En na 72 uren worden de beelden automatisch gewist. Hoe gaat de politie in Kortrijk te werk?
“Wij houden ons ook aan de wet op de privacy. In België mag er wel actief worden gemonitord. En dat doen wij in Kortrijk ook. De bewaartijd is dertig dagen. Alleen bevoegde personen mogen die beelden bekijken. We gaan te werk met zwarte vlakken. Als een camera een appartementsgebouw of een woning in beeld brengt, dan zijn de bewoonde delen niet zichtbaar. Er zijn tot dusver nog geen klachten gekomen. Nog niemand heeft gezegd ‘ik word daar gemonitord, bekeken en die informatie wordt gebruikt tegen mij zonder dat ik iets heb mispeuterd’. Bovendien zijn de politieagenten die over de videowall waken strikt onderworpen aan regels. We gedragen ons op dat vlak heel correct. Dat nemen we ook bijzonder ernstig. Tussen het legale en het illegale ligt een zone die strikt behoort tot de privacy. Als stad zijn we daar heel sterk mee bezig. Alleen illegale feiten worden er bij ons uitgehaald en daar treden we tegen op.”
In een handvol jaren is het aantal bewakingscamera’s in en rond Kortrijk exponentieel toegenomen. Hoe voelen de stadsbewoners zich daarbij?
“Om het even kort te schetsen. West-Vlaanderen was de eerste provincie met een cameraschild. Onze gouverneur (Carl Decaluwé, nvdr.) heeft dat samen met mij geïnitieerd. We zijn beiden Kortrijkzaan. In 2012 bij de gemeenteraadsverkiezingen heb ik sterk ingezet op cameratechnologie omdat ik wist dat dit een van de oplossingen was om de criminaliteit terug te dringen. En na vijf jaar is dat effectief gebeurd is. De ophelderingsgraad is sterk verbeterd en de politie is tevreden. Ook het veiligheidsgevoel, naast de objectieve veiligheid, is vergroot. Na een recente enquête bij senioren in de stad is gebleken dat 99 procent van hen het systeem steunt. Het draagvlak voor camera’s is aanzienlijk verruimd vergeleken met vijf jaar geleden. Mechelen was voorloper in Vlaanderen inzake camerabeleid. Het positieve effect van dat beleid was meteen duidelijk. Daarom heb ik precies hetzelfde gedaan als mijn collega Bart Somers. Voordat ik burgemeester was, telde Kortrijk een vijftal camera’s. Maar nuttig waren ze niet. De beeldkwaliteit van de analoge camera’s was slecht. Die vijf hebben we allemaal vervangen door digitale.”
“Voor de binnenstad hebben we geopteerd voor dome- en gerichte camera’s. Door hun voor- en nadelen zijn die vaak gecombineerd opgesteld. Ons winkel-wandelgebied is uitgerust met ANPR-toestellen. Dat soort camera’s gebruiken we, samen met de twee gemeenten van onze politiezone Kuurne en Lendelede, ook op 26 plaatsen op onze invalswegen. Dat is ons cameraschild.”
In welke mate maakt het camerabeleid deel uit van een integraal veiligheidsbeleid?
“De eerste vraag die we na een misdrijf of inbreuk stellen is: zijn er camerabeelden? Dat maakt deel uit van heel het volledige beleid. We willen ons camerabeleid nog uitbreiden. Door 25 extra camera’s te plaatsen op een aantal andere locaties. Daarna zouden we ook alle andere woonwijken willen beveiligen. Of beter, de toegangswegen tot die woonwijken. Maar die bewakingscamera’s zien we niet als een losstaand beleid. Momenteel combineren we die in woonwijken met een sterk Buurt-Informatie-Netwerksysteem dat we hebben opgezet: SAVE, Samen Alert zijn Voor Elkaar. Waarbij we iets meer doen dan pure veiligheid. Waarbij we verder gaan dan criminaliteitsbestrijding. Intussen zijn twintig wijken of 1000 gezinnen aangesloten bij SAVE. Tegen eind 2018 zullen dat 25 wijken en 1200 gezinnen zijn. Daarmee zullen we in de provincie ‘by far’ de stad zijn met het meest aantal BIN’s (een BIN of een buurtinformatienetwerk is een gestructureerd samenwerkingsverband tussen burgers in een bepaalde wijk en de lokale politie, dat tot doel heeft het algemeen veiligheidsgevoel te verhogen, de sociale controle te vergroten en het belang van preventie te verspreiden, nvdr.). Meer dan 80 procent van de bewoners in die wijken zijn aangesloten. Dat zorgt voor verscherpte alertheid bij de bewoners. Recent hebben we nog criminele feiten opgelost. Wijkbewoners speelden ons onvolledige nummerplaatgegevens van verdachte wagens door. Na nader onderzoek door camerabeelden in die buurten hebben we de nummerplaten kunnen linken aan woninginbraken. Nog niet zo lang geleden heeft de politie, dankzij info van een buurtbewoner en camerabeelden, kunnen ingrijpen terwijl een homejacking aan de gang was.”
“Het bewijs dat camera’s een noodzakelijke schakel zijn in onze veiligheidsketen. Daarom ook zullen we investeren in nog intelligentere camera’s die veel preciezer kunnen filmen inzake kleur en gegevens. De nieuwe camerawet voorziet dat ook. Dat is een serieuze stap vooruit. Alhoewel ik denk dat men die wet constant zal moeten aanpassen door de razendsnelle technologische evolutie.”
“In Engeland staan ze nog een stap verder. Daar werkt de politie al op basis van imei-gegevens (International Mobile Equipment Identity, nvdr). Behalve nummerplaatherkenning kunnen en mogen ze via sensoren ook het imei-nummer traceren van gsm-toestellen aan boord van het voertuig. Die informatie kan dan worden gekoppeld aan klassieke camera’s. Maar daar is de Belgische wetgeving niet op voorzien. Dat is te betreuren.”
Momenteel wordt onder meer uitgezocht hoe camerasystemen zouden kunnen worden verbonden met sociale netwerken. De camera identificeert gezichten en koppelt die meteen aan het sociale netwerk van de gefilmde.
“Om sneller verdachten te identificeren. Ik weet nog niet in welke mate dat kan. Het is nog onduidelijk of dat bij ons al kan en vooral mag. Gezichtsherkenning zou zeker helpen voor het afdwingen van locatie- of stadionverboden.”
In bepaalde gevallen is het beeldmateriaal van stedelijke camera’s onvoldoende om inbreuken te beteugelen en misdrijven op te lossen. Data van de Vlaamse en federale overheid kunnen de ontbrekende puzzelstukjes bewijs betekenen. Hoe verloopt die samenwerking?
“Er komt steeds meer steun om meer camera’s te voorzien. Dat is een goede zaak. Ik denk daarbij aan de ANPR-camera’s op de autosnelwegen beheerd door de federale overheid en aan de camera’s van het Agentschap Wegen & Verkeer van het Vlaamse Gewest. Die camera’s komen er voor twee doeleinden: in de strijd tegen criminaliteit, om bijvoorbeeld drugskoeriers te traceren, en voor de verkeersveiligheid in de vorm van trajectcontrole. Eén centrale server in Brussel zal alles beheren. Nu houden lokale zones nog al die data bij. Eindelijk is een belangrijke stap gezet om al die gegevens nationaal te gebruiken en te delen zodat de kwaliteit van de informatie veel groter wordt. Trouwens, onlangs kregen we nog een toelichting van de ANPR-projectbeheerder van federale politie. De samenwerking verloopt heel goed.”
In navolging van de federale politie maken ook steeds meer lokale politiezones gebruik van drones. Is ook Kortrijk al zover?
“Momenteel beperken we ons tot testen met drones. Het is niet zo dat we systematisch bij grote evenementen daarmee werken. Sinds anderhalf jaar heeft België een wet- en regelgeving inzake dronegebruik. Sindsdien heeft de politie al enkele proefvluchten uitgevoerd. Nu is de informatie waarover we beschikken al voldoende. Maar het is zeker een goed systeem. Ook voor de brandweer. Onze brandweerzone wil daarmee experimenteren. En op een bepaald moment heeft onze politie een test gedaan door de camera’s te combineren met drones. Ook dit is uitgeprobeerd: hoe agenten in hun dienstwagens op de tablets onmiddellijk een inschatting kunnen maken van een fenomeen en de problemen die er zijn. Maar het is nu nog een test.”
Zoals in steeds meer steden en gemeenten kadert het Kortrijkse camerabeleid binnen een breder smart city-verhaal. Zijn er op dat vlak nog projecten gepland?
“Waar ik echt van droom: camera’s die ons parkeerbeleid volledig monitoren. Iemand die met zijn wagen te lang geparkeerd staat wordt dan automatisch geregistreerd en een boete opgelegd. Nu moeten we handmatig de inbreuk registreren. Men mag niet onderschatten dat de veiligheid van de parkeerwachters soms in het gedrang komt. Bovendien is het ook zo dat we nu slechts één op twee parkeerovertredingen kunnen beboeten omdat we te laat zijn. Ook daar zouden camera’s nog enorm kunnen helpen. Mijn oordeel is dat we camera’s nog veel meer zouden moeten kunnen inzetten voor verkeersveiligheid en verkeersovertredingen.”
“We volgen alvast de evoluties in het buitenland op de voet. Vooral in Engeland en de VS. Dat zijn de trendsetters op vlak van technologie en camerabeleid. Maar we zetten stappen vooruit. De nieuwe camerawet zal veel toelaten. Wel ben ik van oordeel dat men nog altijd te voorzichtig is. We zouden meer altijd armslag moeten krijgen. Positief is alvast: de veiligheid gaat er serieus op vooruit bij ons. Bijvoorbeeld de grenscriminaliteit. Tot voor kort was dat een groot probleem. Nu is die enigszins aan het verminderen. De aanwezigheid van de camera’s zullen daarin ook een rol spelen. Niet alleen de camera’s in onze stad. Aan de andere kant van grens, in Tourcoing, worden ook bewakingscamera’s geïnstalleerd. Sinds kort hebben we ook een verbindingspolitieman in Rijsel. Hij heeft daar een vaste stek en houdt zich vooral bezig met radicalisme en zwaar banditisme. Daardoor zijn we nog meer gewapend tegen grenscriminaliteit. Dankzij de uitwisseling van informatie, soms op basis van camerabeelden. Het is een complex probleem. Maar één ding is heel duidelijk is: veel criminaliteit wordt opgelost dankzij de cameratechnologie. Zeker als er sprake is van een goede samenwerking tussen verschillende politiezones inzake cameragegevens. Dat is absoluut noodzakelijk. Op termijn moet we ook denken aan fusioneren van politiezones. Zuid-West-Vlaanderen met 300.000 inwoners telt vier politiezones. Dat is te veel. Eén politiezone voor die regio zou veel efficiënter zijn. Zoals er nu één veiligheidszone is voor de brandweer. Op termijn moet er daar aan worden gewerkt. Maar dat zijn zeer delicate zaken waar we best stap voor stap aan werken.”
Door Gianni D’Angelo
“Een stad die vandaag niet investeert in camera’s maakt een onverstandige keuze.”
“We zouden camera’s nog veel meer moeten kunnen inzetten voor verkeersveiligheid en verkeersovertredingen.”
“De eerste vraag die we na een misdrijf of inbreuk stellen is: zijn er camerabeelden?”
“Na een recente enquête bij senioren in de stad is gebleken dat 99 procent van hen ons camerabeleid steunt.”
“Om de twee, drie dagen gebruiken we camerabeelden in een proces-verbaal om een zaak op te lossen.”


.jpg)
