DOSSIER
New Security Magazine 155 – juli 2020
Privacy- en andere vragen over inzet warmtecamera’s in strijd tegen COVID-19
De maatschappij probeert de uitbraak van het COVID-19 virus met alle mogelijke middelen in te dijken. Ook technologie is daarbij een hulpmiddel. Zo zien we dat er vandaag vaste warmtebeeldcamera’s ingezet worden bij de ingang van gebouwen om personen met verhoogde lichaamstemperatuur te onderscheppen, elders in dit blad kunt u daar alle ins en outs over lezen. Maar hoe zit het met de regelgeving?
Niet hét wondermiddel
We willen echter meteen al een misverstand uit de wereld helpen: een warmtebeeldcamera kan nooit de enige methode zijn om koorts vast te stellen bij personen. Wel is het een preselectie-apparaat dat toelaat om personen met een verhoogde temperatuur te detecteren om hen vervolgens aan een medisch onderzoek te onderwerpen. Pas daar kan met zekerheid een besmetting met COVID-19 of ander virus vastgesteld worden.
Veel vragen uit de sector
Maar een warmtebeeldcamera gebruiken om de lichaamstemperatuur van personen op te meten, kan dat zomaar? De vraag blijkt niet zo eenvoudig te beantwoorden, want de techniek wordt in onze contreien pas sinds COVID-19 ingezet. Tom Deschepper is stafmedewerker politie en veiligheid binnen het team Veiligheid van de Vereniging van Vlaamse Steden & Gemeenten (VVSG). Hij biedt ons een eerste aanknopingspunt: “Omdat het toch om een cameratype gaat, zouden we kunnen redeneren om de wetten rond cameragebruik raadplegen. Er bestaan een 20-tal wetten die cameragebruik reglementeren in ons land: voor gebruik op arbeidsplaatsen, in voetbalstadions, voor politiediensten, noem maar op. Wat we in de volksmond de Camerawet noemen geldt enkel voor plaatsing en gebruik van bewakingscamera’s. Daarin staan een aantal voorwaarden, zoals het doel tot opsporen en vaststellen van misdrijven. Dat is hier duidelijk niét het geval. De Camerawet is hier volgens mij daarom niet van toepassing en bij uitbreiding is er momenteel geen enkele wet die het specifieke gebruik van warmtecamera’s behandeld. Wél moeten we de privacyregels volgen.“
Gegevensbeschermingsautoriteit
Bij de Gegevensbeschermingsautoriteit zijn ze op de hoogte van deze problematiek en zijn ze zeer terughoudend: “In België hebben we inderdaad nog geen specifieke wettelijke bepaling die het gebruik van zulke camera’s regelt. Wel is de GBA de guidance aan het voorbereiden rond het meten van koorts in het kader van deze strijd.“
“Rond het privacyvraagstuk kunnen we duidelijk zijn: van zodra sprake is van een geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking of opname van gegevens in een bestand, is de AVG van toepassing en moet de verwerkingsverantwoordelijke uiteraard rekening houden met alle basisprincipes van gegevensbeschermingsrecht (vb. legitimiteit, transparantie, minimale gegevensverwerking, gegevensbeveiliging, enz…). De verwerking van gezondheidsgegevens is ook principieel verboden door de AVG, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke kan aantonen dat hij beschikt over een opheffingsgrond in de zin van artikel 9.2 AVG om niet te zijn onderworpen aan het verwerkingsverbod. Dergelijke opheffingsgrond is er momenteel echter niet. In afwachting van een voldoende duidelijke en specifieke juridische grondslag (vb. door wet of CAO), mogen verwerkingsverantwoordelijken heden dus geen:
• personentemperaturen met het oog op het nadien opnemen van het meetresultaat in een bestand;
• personentemperaturen, indien de gevolgen van het meetresultaat voor betrokkene nadien in een bestand wordt opgenomen;
• personentemperaturen aan de hand van geavanceerde elektronische meettoestellen zoals koortsscanners, hittecamera’s of andere geautomatiseerde systemen die de waarde van lichaamswarmte meten.”
Vooral dat laatste punt blijkt een moeilijke klip om te nemen. De GBA beschouwt het louter aflezen van de temperatuur evenwel niet als een verwerking van persoonsgegevens, voor zover de temperatuur of overige gevolgen (vb. afwezigheid op het werk of op school) niet worden geregistreerd. De AVG is dan niet van toepassing.
“Vals gevoel van veiligheid”
Luc Bal Colemont, opleidingshoofd Integrale Veiligheid bij AP, komt met andere bezwaren: “Ik hoor uit het werkveld wat terughoudende geluiden. De meting verloopt moeilijk omdat de werkwijze dikwijls verschilt en de toestellen zijn van verschillende kwaliteit. Daarenboven gaat een besmetting niet altijd gepaard met koorts. Heel wat personen zijn besmet zonder koorts te hebben. Bovendien is de foutenmarge vaak zeer hoog. Opletten dus voor een vals gevoel van veiligheid!”
Tal van toepassingen
Het aantal toepassingen is enorm en gaat een stuk verder dan koortstracering. De militaire toepassingen vormden de eerste grote groep, maar ondertussen vonden thermische camera’s hun weg in de gebouwentechnologie om de isolatieprestaties te bekijken, in de onderhoudssector om de warmte-opbouw in processen in de gaten te houden, in de elektrosector waar ze ingezet worden om slechte verbindingen in schakelkasten te detecteren en in automatisering waar ze de temperatuur van motoren en pompen controleren. Ook in de brandbeveiliging kunnen warmtebeelden ingezet worden om brand in een vroeg stadium te detecteren. Let wel dat wie deze apparaten reeds inzet voor één van deze toepassingen, niet zomaar dezelfde toestellen kan inzetten voor koortstracering.


