RONDETAFEL  
New Security Magazine 152 – november 2019

Aanpak brandpreventie en -detectie onder de loep

Preventieadviseurs van Antwerpse, Brusselse en Gentse brandweerzones aan het woord (deel 2)

Op welk vlak en hoe zijn brandpreventie -en detectie de voorbije jaren verbeterd? Hoe oogt de toekomst? Wat zal er veranderen? En wat zou er moeten veranderen? In deel 2 van onze rondetafel beantwoorden een brandweerdeskundige van Brandweer Zone Antwerpen, een brandpreventietechnicus van Brandweer Brussel en een brandpreventieadviseur van Brandweer Zone Centrum Gent die vragen.

In het vorige nummer peilden we nog naar de huidige nuanceverschillen tussen de drie brandweerzones. Nu vertellen Carlos Schellinck van Brandweer Brussel, Joris Maes van Brandweer Zone Antwerpen (BZA) en Frank Samson van Brandweer Zone Centrum (BZC) over de evolutie van hun preventiejob de voorbije jaren en in welke richting brandpreventie en-detectie zich kunnen ontwikkelen.

De branddetectiemogelijkheden zijn de voorbije jaren enorm uitgebreid. De komst van de multifunctionele branddetector is daar een duidelijk voorbeeld van.

Frank Samson (BZC): “Een apparaat dat verschillende zaken detecteert: rook, warmte, hoeveelheid CO, … Is dat wel goed? Ik heb mijn twijfels. Vooral voor de combinatie rook-CO-melder. Omdat CO traag stijgt. En als die melder dat detecteert, dan moet er toch al veel CO aanwezig zijn. Daarom ben ik een voorstander om de CO-meter te plaatsen dicht bij huishoudelijke toestellen. En een rookmelder in het midden van de kamer of ruimte. Bovendien hebben gecombineerde toestellen ook dit minpunt: als één functie stuk is dan is het volledige apparaat kapot.”

Die technologische vooruitgang is dus niet echt de grootste verbetering?

Frank Samson (BZC): “Als we het hebben over verbeteringen, en meer bepaald inzake brandpreventie, dan denk ik in de eerste plaats aan de sensibilisering. Op dat vlak zijn de voorbije jaren forse stappen voorwaarts gezet. Vooreerst de info die de brandweer verstrekt tijdens beurzen en opendeurdagen. Tijdens opendeurdagen beperkte de brandweer zich vroeger tot het tonen van een te doven brandende frietketel. Nu treft de bezoeker eerst en vooral een grote stand van een brandpreventieadviseur aan waar een rookmobiel is geïnstalleerd zodat men aan den lijve kan ondervinden hoe het voelt om in een kamer vol rook zich een weg naar buiten te banen en een kind te redden. De mensen worden voortaan aangesproken. Ze maken ook kennis met preventie- en detectieapparaten die beter en beter worden. Ja, tijdens hun bezoek steken ze heel wat op.”

Joris Maes (BZA): “Aansluitend daarbij zijn er de media en vooral de sociale media. Die helpen ons bij het creëren van bewustwording voor brandpreventie. Bijvoorbeeld klassieke campagnes tijdens feestdagen en andere momenten. Zo krijgen we de boodschap veel breder verspreid.”

Frank Samson (BZC): “Als brandweer hopen we dat de media onze preventieboodschappen opnemen. Daarvoor verpakken we die zo dat we inspelen op de actualiteit en doen we er iets ‘newsy’ mee. Dat is de uitdaging. Vaak contacteren de media ons ook zelf nadat er iets is gebeurd. Onlangs nog na twee CO-slachtoffers in onze zone.”

Joris Maes (BZA): “Dat is inderdaad zo. Dat is des mensen. CO-vergiftiging is een telkens opnieuw terugkerend fenomeen. Hoe kunnen we CO-slachtoffers terugdringen? In woningen of appartementen een CO-melder plaatsen in de buurt van branders zou al serieus helpen. Want zodra in het najaar het weer begint te veranderen, doen de problemen zich telkens opnieuw voor. Dat is wellicht ook het geval in Brussel en Gent. Dan rijden wij naar de CO-intoxicaties en zetten we ter plaatse grote ogen op over hoe schrijnend de toestand binnen in sommigen woningen wel is. Ik heb bijvoorbeeld al meegemaakt dat mensen in het midden van een woning een vat plaatsen om hun ruimte warm te stoken. En dan lopen die bewoners een zware CO-intoxicatie op. Dat is helaas de realiteit.”

Frank Samson (BZC): “Na dergelijke incidenten moeten wij bij die personen of hun gezin langsgaan. En dan vind ik het bijzonder spijtig dat ze ’s avonds hun woning worden uitgezet. Terwijl, zeker in grote steden, de huisjesmelkers verantwoordelijk zijn voor wat hen is overkomen. Daarom zou een tv-programma zeker soelaas kunnen bieden. Zoals er met Kijk Uit een programma bestaat over verkeersveiligheid, zou er op tv ook zo’n programma moeten worden uitgezonden over brandveiligheid, brandpreventie.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Daar schieten we als brandweer inderdaad tekort. Hoeveel mensen binnen de brandweer zijn er uiteindelijk bezig met communicatie daarover? Bij Brandweer Brussel zijn er dat twee. En samen moeten ze de Nederlands- en Franstalige communicatie verzorgen: actieve communicatie, interventies en graag ook een beetje preventie. Voor de Brusselse agglomeratie met 1,2 miljoen inwoners …

Daarnaast hebben we Vlaanderen, Wallonië en Brussel. We gaan dus meer en meer naar drie entiteiten, terwijl vroeger brandweer nationaal was. Daardoor gaat de noodzaak om te focussen op brandveiligheid er spijtig genoeg wat uit. Oké, er zijn organisaties die impact hebben op brandveiligheid en goed werk leveren. Onlangs was er discussie bij BVV (Brandweer Vereniging Vlaanderen is de vakorganisatie voor brandweerzorg in Vlaanderen, nvdr.) netwerk Brandpreventie. Omdat Vlaanderen beslist over rook- en CO-detectoren zonder voorafgaand overleg met brandweer over hoe het moet worden aangepakt en waarmee rekening moet worden gehouden. Dan voel je dat er niet gedacht wordt aan de mening van de hulpverleningszones. Men kent ons precies niet. Is Vlaanderen cavalier seul aan het spelen op dat vlak. Het Brussels Gewest beschikt over Brussel Preventie en Veiligheid, een gewestelijke administratie die apart handelt naast de brandweer. Die dienst telt vijf communicatiemedewerkers, terwijl de brandweer het moet doen met twee.”

Joris Maes (BZA): “De vraag is: moeten wij als brandweer dat type communicatie doen? Om terug te komen naar Kijk Uit: dat is iets federaals. Moet de communicatie over brandveiligheid ook niet ontstaan uit een overkoepelende federale instantie? Zodat communicatiediensten van de brandweerzones elk geen aparte initiatieven hoeven te nemen. Die afzonderlijke acties hebben ook hun voordelen: ze stimuleren de creativiteit en we kunnen bij elkaar wat gaan pikken want de ene zet bijvoorbeeld in op A, de andere meer op B en wij vooral op C.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Het meest logische zou inderdaad een overkoepelend orgaan zijn. Het KB basisnormen is trouwens ook een KB voor iets heel algemeens en niet voor specifieke gebouwen, want dat is uiteindelijk een regionale materie. Waar zal men zich dan nationaal mee bezighouden op het vlak van sensibiliserende brandpreventie? Heel algemene zaken?”

Joris Maes (BZA): “Op zich is dat goed. Want dan kan je per brandweerzone zelf nuances leggen. Maar nu zijn we alleen ook nog bezig met het basiswerk. Dat is op zich spijtig, want we willen daarin toch allemaal hetzelfde bereiken. Maar we moeten allen wel toegeven dat er de voorbije jaren in positieve zin heel veel verbeterd is. De basisnormen op zich zijn verbeterd. Men stelt die periodiek bij met voortschrijdend inzicht. De bewustwording algemeen wordt meer geprikkeld.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Zeker. Alle nieuwe gebouwen die geen eengezinswoning zijn moeten vanaf het verschijnen van het KB daaraan voldoen. Dat alleen al is een forse verbetering. Vroeger werd je dossier afhankelijk van persoon tot persoon door de dienst Ruimtelijke Ordening doorgestuurd naar de brandweer ter advies. Werd het doorgestuurd, dan was de vraag: bij welke preventiemedewerker kwam het vervolgens terecht? Er was enorm veel verschil tussen de preventiemedewerkers van het land. De ene gebruikte de normen1 die beschikbaar waren, de andere niet. De ene wist over brandpreventie iets meer dan de andere. Nu zijn er de cursussen brandpreventie: Prev 1, 2 en 3 (met stijging qua complexiteit in brandpreventie tussen de verschillende niveaus). Brandweer evolueert duidelijk in de loop van de jaren en versterkt zich op het vlak van brandpreventie.”

Joris Maes (BZA): “Brandweer gaat ook mee in het voortschrijdend inzicht. Er is in de aanpassing van de wetgeving bijvoorbeeld een souplesse gekomen inzake triplexen. Dat zijn pogingen om tegemoet te komen of ruimte te bieden aan de creativiteit van architecten bij renovaties of nieuwbouwen. Ja, dat zit goed als je het mij vraagt. Het geeft ons als brandweer ook de ruimte om te filosoferen over de aanpak van bepaalde nieuwe zaken. In Brussel bijvoorbeeld over voertuigen op waterstof, wij over elektrische wagens en fietsen. Nadat we al een paar keer zijn opgeroepen voor een brand van elektrische fietsen in bergingen.”

De eigen opgedane ervaringen kunnen leerrijk zijn voor andere brandweerzones. Hoe gebeurt die info-uitwisseling nu?

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Binnen BVV is er een netwerk brandpreventie. De Vlaamse zones en die van Brussel komen daarin om de twee maanden samen. We wisselen daar kennis, ideeën en ervaringen uit, wat belangrijk is. Voor een brand in Oostende en een brand in Maaseik zullen de interventie en risico’s in principe gelijkaardig zijn. Een wetgeving komt er ook meestal als een reactie op een ernstig incident. Denk aan de brand van de Innovation in 1967 (brand in een Brussels grootwarenhuis, nvdr.). Dat is de aanleiding geweest voor het treffen van heel wat brandpreventiemaatregelen. De wet inzake civiele veiligheid van 2007 is ontstaan na de ramp van Gellingen in 2004 (gasexplosie in een industriegebied, nvdr.). We maken nieuwe wetgeving op basis van wat er is gebeurd. Daarom is het belangrijk dat we van andere zones en ook vanuit het buitenland zoveel mogelijk gegevens krijgen zodat we die bij ons kunnen implementeren. Zodat we niet hoeven te wachten tot iets catastrofaals bij ons gebeurt.”

De toekomst. Wat zal er en wat zou er moeten verbeteren? Valt er iets te leren bij de collega’s uit andere landen?

Frank Samson (BZC): “Het is een goede zaak dat we leren uit incidenten uit het buitenland. Bijvoorbeeld in 2017 de brand in de Londense Grenfelltoren. Pas daarna zijn ook elders de ogen opengegaan. Als het elders regent, dan druppelt het bij ons. Zo is ons na die ramp gevraagd om appartementen extra te controleren. De brand in de Parijse Notre-Dame deed ons eveneens nadenken over de brandveiligheid van onze eigen kerken en kathedralen.”

Joris Maes (BZA): “Dat klopt. Inzake technologie evolueren we ook mee. Maar dan meer op het gebied van interventie. We testen hoe we drones kunnen uitsturen bij een brand. Op het vlak van preventie kan een drone voor ons voorlopig nog weinig betekenen. Het gebruik van camera’s, daar zijn we ondertussen ook mee bezig in het kader van informatievergaring voor bevelvoerders. Maar ook daarvan is er nog weinig sprake van een meerwaarde voor brandpreventie en -detectie. Waar ik wel stiekem op hoop voor de toekomst, door de digitalisering en de mogelijkheden van artificiële intelligentie (AI), is dat we informatie gemakkelijker beschikbaar krijgen. Ik denk in eerste instantie aan plannen. Voor de omgevingsvergunning is alles intussen al gedigitaliseerd. Het zou aangenaam zijn mochten wij die plannen weer kunnen oproepen. Nu zitten die nog ergens apart, maar misschien laat de privacywetgeving die vrijgave niet toe.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Intelligente camera’s evolueren heel snel. Ik zie daarin toekomstmogelijkheden om die meer te gebruiken. Wel hangt daaraan een stevig prijskaartje. Maar ik denk dat we vooreerst moeten doorgaan waarmee we enkele jaren geleden zijn gestart en waarmee Frank al een hele tijd mee bezig is: BPA of brandpreventieadvies. Het sensibiliseren van de mensen. In het buitenland gebeurt dat al op school zodat de jeugd al meteen mee is met het brandpreventieverhaal. Wij zouden in onze scholen ook een traject moeten kunnen maken waarin wij hen kunnen informeren en opleiden zodat ze als 18-jarige meteen weten wat de risico’s zijn in hun woning en indien nodig zelf een eerste blussing kunnen doen. In brandweerzones in Nederland loopt een project waarbij men al in de tweede of derde kleuterklas een eerste keer kan kennismaken met een brandweerman en zijn job. Hier zou dat ook kunnen. Zo leren Nederlandse kleuters op school al wat de pictogrammen voor brandveiligheid zijn. Dat kan op een heel eenvoudige manier.”

Frank Samson (BZC): “Er is het Bravo-project, brandwonden voorkomen, van de stichting Brandwonden. Een project voor leerlingen van de tweede en derde kleuterklas, en het derde en vierde leerjaar. In een week tijd leren ze een pakket over brandweer, brandwonden en hoe brand voorkomen.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Maar het hangt af van de goodwill van de scholen of klassen deelnemen aan die infosessies. Als een school dat niet wenst, dan gebeurt dat niet. Daarom zou dat misschien in de eindtermen van het onderwijs moeten worden opgenomen. Zoals dat met verkeersveiligheid ook is gebeurd. Maar dat moet je doen zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië omdat onderwijs een materie is van de gemeenschappen. Door die infosessies en eventueel opleidingen op te nemen in de eindtermen zou de maatschappij ervoor zorgen dat onze kinderen op het vlak van brandpreventie beter geïnformeerd zijn en weten waar ze mee bezig zijn.”

Frank Samson (BZC): “Veel bedrijven beschikken over eerste interventieploegen. Helaas staat niet iedereen daarvoor open.”

Joris Maes (BZA): “Nu zijn het allemaal losse initiatieven. In Antwerpen bijvoorbeeld van het BIC. Het Brandweer Informatie Centrum organiseert onder meer sessies voor scholen. Leerlingen leren er een oproep doen, de symbolen herkennen, een kleine blussing doen, … Er is ook een virtualrealityact voorzien. Maar dat zijn eigen initiatieven, het is niet ingebed.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Misschien moeten we proberen om onze politici te overtuigen om daar ook aandacht aan te besteden in het onderwijs.”

Joris Maes (BZA): “Het is inderdaad misschien een opportuniteit om een trend richting veilig leven, veilig wonen te creëren.”

Carlos Schellinck (Brandweer Brussel): “Iets anders. Een Belgische brandveiligheidsingenieur heeft in Nederland de brandveiligheid verzorgd van een gft-ruimte (groente-, fruit- en tuinafval, nvdr.). Die ruimte wordt volledig bewaakt met slimme camera’s. Men detecteert de broei op basis van de camerabeelden2. Dat is iets dat we ook op andere elementen kunnen toepassen in het kader van brandpreventie en -detectie. Het is beter dan met beams3 te werken. Beamdetectie heeft uiteraard haar grote voordelen. Maar als een gebouw uit staal bestaat kan ten gevolge van de weersinvloeden (wind, temperatuurverschillen), een loos alarm ontstaan. Met camerabeelden kan dat vermeden worden. Camera’s kunnen dus zeker nuttig zijn.”

Joris Maes (BZA): “Er is zeker nog ruimte voor veel zaken. Deuren die automatisch sluiten. Misschien is dat nog toekomstmuziek, maar dat kan een positieve evolutie zijn in het passieve brandveiligheidsverhaal. Dan is er sprake van automatische compartimentering. Bovendien, zonder dat we ons daar bewust van zijn, hebben we allemaal meerdere camera’s in huis. Denk aan smartphones, tablets, pc’s, … Met de opmars van artificiële intelligentie liggen daar wellicht nog wat mogelijkheden. Op voorwaarde dat dit niet botst met de wet op de privacy…”

1 Normen NBN S21-201, 202 en 203 (niet meer in gebruik)

2 Studiedag Video Smoke Detection, op 15 oktober 2019 door Agoria, FESG en Def-Belgium

3 Beam bestaat uit een optische straalrookdetector die een geprojecteerde lichtstraal gebruikt om rook over grote gebieden te detecteren, meestal als indicator voor brand.

Door Gianni D’Angelo

www.antwerpen.be/nl/overzicht/brandweer

be.brussels/dbdmh/over-de-dbdmh

www.brandweerzonecentrum.be