DOSSIER  
New Security Magazine 150 – mei 2019

Veiligheid aan het einde van de tunnel?

In Luik laten de camera’s op de sporen van zich horen. Het is een middel om mensen af te schrikken die spoortunnels in willen lopen. De test werpt z’n vruchten af maar is slechts een wagon in de trein van maatregelen om de spoorwegen te beschermen tegen het gevaarlijke gedrag van de mens.

Aan de ingang van de spoortunnels in Luik spreken de camera’s. Met een droge toon berispen ze iedereen die de zones met overdekte sporen wil betreden: “Opgelet, u betreedt een niet toegelaten ruimte. Verlaat de zone onmiddellijk!” De boodschap wordt afgespeeld in het Frans, Nederlands en Duits. Infrabel, de beheerder van de Belgische spoorinfrastructuur, is een jaar geleden begonnen met dit proefproject, dat geïnspireerd is op een Fins model. Er zijn vijf camera’s geplaatst aan de tunnelingang van drie stations in de vurige stede: Liège-Guillemins, Liège-Carré (voordien Jonfosse) en Liège-Palais. Die plaatsen zijn enkele van de 43 hotspots van het Belgisch spoor waar meer aandacht moet gaan naar veiligheid en waar manieren gevonden moeten worden om te voorkomen dat mensen op de sporen lopen. In Luik namen veel mensen de 900 meter lange tunnel om van Liège-Carré naar Liège-Guillemins te lopen en omgekeerd. De normale weg voor voetgangers is immers 2 kilometer lang. Een snelle maar uiterst gevaarlijke kortere weg op deze lijn waarover elke dag meer dan 200 treinen rijden in een erg smalle tunnel.

De nieuwe sprekende camera’s slagen erin mensen weg te houden. “In 2016-2017 waren er gemiddeld zo’n twaalf spoorlopers per jaar. In 2018 is dat aantal gedaald tot twee en sinds begin 2019 is er nog niemand op de sporen gesignaleerd”, zegt een opgetogen Gaëtan Van Overmeiren, beleidsadviseur voor operationele veiligheid bij Infrabel. “Het heeft zijn nut om onvoorzichtige mensen te sensibiliseren maar ook om het spoorverkeer vlot te laten verlopen. Vergeleken met 2017 is het aantal minuten vertraging op het Luikse deel van het spoor dat te wijten is aan spoor- en tunnellopers met 800 minuten afgenomen in 2018.”

“Het is niet nuttig deze pratende camera’s aan te sluiten op de controlekamer.”

Frédéric Sacré, woordvoerder van Infrabel

Hoe werkt dat?

Het pilootproject in Luik is opgebouwd rond kogelcamera’s van model H4 Edge Solutions (ES) van het vermaarde Canadese merk Avigilon. “Het zijn autonome camera’s in een lokaal systeem die niet op een controlekamer zijn aangesloten. Aan elke tunnelingang staat er buiten een camera, gericht naar de tunnel. Zodra iemand een vastgelegde detectiezone betreedt aan de tunnelingang, schakelt de camera met detectiealgoritme aan en gaat er een alarm af. De luidsprekers beginnen vervolgens automatisch de opgenomen boodschap af te spelen”, legt de veiligheidsverantwoordelijke uit. “Het systeem neemt de beelden van deze incidenten op zodat we ze kunnen opvolgen en statistieken kunnen opstellen. Zo kunnen we ook valse alarmen onderscheiden van echte alarmen. Gemiddeld wordt 70% werkelijk veroorzaakt door mensen maar in 30% van de gevallen gaat het alarm af door dieren, zonnestralen of weerspiegelingen van de ramen van voorbijrijdende treinen.” Om ook ’s nachts goed te kunnen detecteren, is de camera gekoppeld aan infraroodspots. Elke camera schommelt rond de 50.000 euro, inclusief materiaal en personeelskosten. Het is dus heel belangrijk de meest risicogevoelige plekken op het Belgische maar ook de geschikte installatie goed te bepalen.

Antwerpen en Hoei

Dat is waar Gaëtan Van Overmeiren voor instaat als veiligheidsverantwoordelijke bij Infrabel. Na Luik volgen Antwerpen en Hoei op zijn kaart met hotspots die geanalyseerd moeten worden. Maar elke plek heeft zijn eigen realiteit. “Ik ben onlangs naar Hoei gegaan, waar er een problematische spoortunnel is. Heel wat mensen nemen die elke dag tegen alle regels in om tijd te winnen. Maar elke dag rijden er maar twee treinen op deze lijn. Eerst gaan we als test dus een thermische camera plaatsen die moet meten hoeveel mensen er effectief door die tunnel lopen”, legt hij uit. “Daarna zullen we bekijken of het nuttig is er hetzelfde systeem als in Luik te plaatsen.”

Behoefteanalyse

De krachtige detectiecamera’s helpen in Luik ook om de behoefte te analyseren. Eerder dan om realtimebewaking. Ze zijn immers niet aangesloten op de controleschermen van het SOC (Security Operations Center) van de NMBS. “Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee cameratypes. Enerzijds de bewakingscamera’s en anderzijds de technische camera’s”, verduidelijkt Gaëtan Van Overmeiren. “De sprekende camera’s in Luik zijn technische camera’s en vallen niet onder de toepassing van de camerawet van 21 maart 2007. Die wet geeft de bewakingscamera’s het recht na een binnendringing de beelden te bekijken en de daders te identificeren.” Frédéric Sacré, woordvoerder van Infrabel, vult aan: “De operatoren van het SOC horen niet voor een systeem te zitten dat hen vaak nodeloos stoort. Het pilootproject in Luik levert echter 30% valse alarmen op, wat te veel is. Bovendien is het risiconiveau niet hoog genoeg en zit het in dalende lijn, zoals we hebben aangetoond. Op dit moment is het dus niet nuttig om deze sprekende camera’s op de controlekamer aan te sluiten.” (Lees ook het kaderstuk.)

“Het is nuttig om onvoorzichtige mensen te sensibiliseren maar ook om het spoorverkeer vlot te laten verlopen.”

Gaëtan Van Overmeiren, beleidsadviseur voor operationele veiligheid bij Infrabel

De zaken worden anders aangepakt als het gaat om preventie van zelfmoord op het spoor, bevestigt Gaëtan Van Overmeiren: “Voor die problematiek zijn ook camera’s met een detectiealgoritme ingezet in risicogebieden, maar deze leveren beduidend minder valse alarmen op. Deze zijn dus wel aangesloten op het SOC van de NMBS. Deze camera’s staan hoofdzakelijk in stations en zijn gericht naar het uiteinde van de perrons, een risicoplek voor zelfmoord. Als iemand voorbij het perron of op de sporen loopt, detecteert een algoritme het gevaar onmiddellijk en kunnen de operatoren in de controlekamer de nodige maatregelen treffen om een aanrijding te voorkomen.”

“Risicogedrag”

Spoorlopers in tunnels en zelfmoordrisico zijn slechts twee facetten van het veiligheidsprobleem op het spoornet die voor Infrabel zwaar doorwegen op de veiligheid en de stiptheid. Daarbovenop komen de gewone spoorlopers (eerste oorzaak van vertragingen die niet de schuld zijn van de spoorbedrijven) en mensen die voorbij de slagbomen lopen aan overwegen. Dat risicogedrag neemt dankzij de volgehouden inspanningen van de NMBS en Infrabel af, maar de cijfers springen toch in het oog: in 2017 zijn er 818 spoorlopers gemeld, tegenover 768 in 2018. In 2017 hebben zeven mensen het leven gelaten en zijn er zes zwaar gewond geraakt. In 2018 ging het om vier doden en zes zwaargewonden.

Die cijfers zijn een motivatie om de inspanningen niet op te geven en om oplossingen te blijven zoeken voor het veertigtal zwarte punten op het spoornet. Daarvoor had de federale mobiliteitsminister François Bellot in 2018 uitzonderlijk een budget van 2,2 miljoen euro uitgetrokken. Voor 2019 heeft hij 1 miljoen euro in het vooruitzicht gesteld. Tot grote tevredenheid van projectleider Gaëtan Van Overmeiren: “De plekken moeten bestudeerd worden, de mensen moeten bevraagd worden, we moeten kijken naar wat andere infrastructuurbeheerders doen, we moeten zoveel mogelijk maatregelen testen en we moeten drie keer nadenken voordat we een oplossing uitkiezen. De camera’s zijn er maar eentje uit vele.” Voor stations met eerder lage perrons of zonder perrons gaat de oplossing voor spoorlopers eerder in de richting van het verhogen van de perrons (zeer duur) of het plaatsen van hoge en vaste omheiningen. De voorbije twee jaar is er 23 kilometer omheiningen bijgekomen (zoals bij Val-Benoît In Luik). Er zijn ook de heel doeltreffende rubberen kegelmatten die voetgangers tegenhouden op en nabij de overwegen. En waarom niet alle bewakingscamera’s laten spreken om met strenge stem elke vorm van spoorlopen te helpen indijken? De weg is nog lang maar het einde van de tunnel van de veiligheid rond de sporen zal in zicht komen, dat is zeker.

Door Fernand Letist

Foto’s ©Infrabel/de Ribaucourt

www.infrabel.be/fr

www.liege.be/fr

Luik bedankt Infrabel

De stad Luik is als grondgebied betrokken bij de test met de sprekende camera’s aan de tunnelingangen, zonder in te staan voor financiering of leiding. Gilles Foret, schepen voor Mobiliteit en Digitalisering in Luik, juicht het initiatief toe. “Ik waardeer dat Infrabel deze camera’s geplaatst heeft om de veiligheid van de burger die de trein neemt in Jonfosse (Liège-Carré), Liège-Guillemins en Liège Palais te verbeteren. Het was essentieel de Luikenaars te ontraden deze gevaarlijke kortere wegen te nemen. Dit zorgt voor minder gevaar voor de mens maar het zorgt ook voor minder vertraging van het treinverkeer op dit deel van de spoorlijn. Dan moet het systeem natuurlijk wel betrouwbaar, krachtig en veilig zijn.” De schepen, die ook verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van het smartcitybeleid en de digitalisering van zijn stad, haalt ook de technologische kant van het project aan. “Innoverende oplossingen zijn gebaseerd op het verzamelen en analyseren van gegevens. Op dit moment zijn deze camera’s natuurlijk vooral technisch en zijn ze nog niet op slimme systemen aangesloten. Maar de toekomst van veiligheid ligt in camera’s die nog slimmer zijn en die stuk voor stuk op een controlekamer zijn aangesloten. Alle informatie en alle beelden centraliseren om tot actie te kunnen overgaan. Door in real time patrouilles te kunnen uitsturen om een gevaar tegen te gaan of om gevaarlijk en ongepast gedrag te berispen. We moeten voorkomen dat mensen die zichzelf en anderen in gevaar brengen zich ongenaakbaar gaan voelen.”